1996-2-3 - Historische Kring Hoogland

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

1996-2-3

Publicatie's > Alle artikelen
 
 
De Sint-Martinuskerk 300 jaar geleden gesticht
Gijs Hilhorst

De rooms-katholieken vóór de Reformatie 
Kerkelijk behoorde Hoogland onder de parochie van leusden. De toren van Oud-leusden is nog het zichtbare teken van deze kerk, die de 'moederkerk' was van Amersfoort en omstreken. Naast deze parochiekerk waren er nog enige kleine kerkjes of kapellen in de omgeving, waar een rondreizende priester bij tijd en wijle een dienstverzorgde. Het kerkje van Coelhorst was een van die 'bij kerkjes'. Al in 1363 wordt er melding gemaakt van dit kapelletje. Het is niet aannemelijk dat men hier een vaste pastoor heeft gehad. Nergens is vermeld dat er gedoopt of getrouwd werd en er zijn geen doop- of trouwboeken van die tijd. Wel werd op 21 januari 1605 voor de schout van Hoogland een verordening opgemaakt, waarin het begraven en de kosten daarvan geregeld werden. De kerkelijke diensten werden in de kerk van leusden gehouden en men zal zich op Coelhorst beperkt hebben tot gebedsdiensten met preken op zondagen.

Ongeveer tot aan de Reformatie is dit zo gebleven. In 1581 werd door de Staten van Utrecht de sluiting van de katholieke kerken bevolen. Ook de kapel van Coelhorst werd gesloten. Nog enige tijd werden hier op beperkte schaal diensten gehouden. Daarna kwam de kapel in handen van de Hervormde geloofsgemeenschap. Hoogland bleef na de Reformatie echter overwegend katholiek.

Schuilkerken in Hoogland
Na de Reformatie werd de omgeving van Hoogland en Nijkerk vanuit Harderwijk door de Jezuïeten bediend. Deze priesters waren vaak meer missionaris dan pastoor. Officieel was het de rooms-katholieken verboden openlijk hun geloof te belijden. De verkondiging van het geloof moest in het geheim gebeuren. De gelovigen zochten daarom hun toevlucht in schuilkerken.

Ook in Hoogland zijn er enkele geweest. Pater Paladames is waarschijnlijk de eerste geweest die in de eerste helft van de zeventiende eeuw de boerderij het Zandhuisje te Hooglanderveen ging gebruiken als schuilkerk. In ieder geval was deze als zodanig in gebruik in de tweede helft van die eeuw.
Reinier van Ingen, schout van het gerecht Isselt, liet op 29 juli 1670 door verscheidene personen een verklaring opmaken. Hieruit blijkt dat priesters uit Harderwijk en Nijkerk in het Zandhuisje kerkelijke diensten verrichtten. Eén van hen, Hendrik Aartsen, verklaarde dat hij verscheidene malen het misgewaad op Hoogland had gebracht, waarmee een priester aldaar' gecelibreert' heeft en de H. Sacramenten 'geadministreert'. Het Zandhuisje werd bewoond door de familie Van Zuilen en Hendrik Aartsen is bijna zeker Hendrik Aartszoon van Zuilen, de toenmalige eigenaar-bewoner. Zijn nakomelingen wonen nog altijd op Hoogland.



Het Zandhuisje lag aan de Laak, op de grens van Utrecht en Gelderland en vlak bij Nijkerk. De keuze voor deze plaats was niet toevallig; in geval van nood konden de priesters snel de grens over.
De boerderij werd nog jarenlang gebruikt als bedieningsplaats voor de katholieke geloofsleer. Ook toen Hoogland aan het einde van de zeventiende eeuw een eigen kerk kreeg, is men daar op bescheiden schaal blijven kerken (zie hieronder). Zo is er een communie prent je uit 1719 bekend met het handschrift: "Johanna voir haar eerste communie, gedaan op 3e Pinxterdag zijnde de 30 may 1719, onder de pater der sositijt jezu int Zandhuisje".

Er is ook nog een schrijven van Paus Innocentius XII bewaard gebleven, getekend door kardinaal Albani op 6 februari 1699. Daarin staat dat de Paus zijn zegen en goedkeuring gaf aan een" devote broederschap van gelovige van beiderlei geslacht, die is opgericht in de kerk of het bedehuis van de reguliere geestelijke van de Sociteit van Jezus, die missionarissen worden genoemd in Sandhuysen, een gehucht verbonden met Gelderland gelegen in het diocees van Utrecht". Jammer genoeg is van beide documenten de huidige verblijfplaats niet bekend.
Het Zandhuisje was niet de enige boerderij te Hoogland waar in het geheim katholieke diensten werden gehouden. Een andere plaats was de Rollekoot in het buurtschap de Hoef, opnieuw dicht bij de grens met Gelderland. Verder wordt het versterkte huis Hogerhorst aan de Eem genoemd, voor een gedeelte eigendom van het klooster Marienburg in Soest. De diensten op Hogerhorst werden van hier uit verzorgd.

De eerste kerk van Hoogland
Ongeveer vanaf het midden van de zeventiende eeuw kwamen er pastoors naar Hoogland. Er was nog steeds geen kerk en ook deze priesters zullen gebruik hebben gemaakt van de gastvrijheid van de bewoners van Hoogland. Matthias Oosterling, van 1692 tot 1695 pastoor op Hàogland, kon het goed vinden met de familie Foeyt en hij verbleef vaak op huize Emiclaer. De volgende pastoor moest naar de mening van de vrouwe van Emiclaer voor zijn eigen onderdak zorgen. Maar in 1696 stelde zij een stukje grond ter grootte van 400 roeden (ruim 0,5 ha) van de boerderij de Langenoord beschikbaar. Hierop werden de kerk en enkele jaren later de pastorie gebouwd. De vrouwe van Emiclaer bleef eigenaresse van de grond. In 1716 werd bij notaris Zeven der te Amersfoort een akte opgesteld waaruit blijkt dat zij de grond in erfpacht afstond aan de katholieke gemeenschap van Hoogland. Aart Jansen, boer van Calveen, verklaarde namens deze gemeenschap dat hij f 12,- erfpacht zou betalen voor deze grond. 

In 1709 wordt voor het eerst over een pastorie gesproken. Er was toen een nieuwe pastoor aangesteld, Joannes a Kempis, die bij zijn komst in Hoogland een inventarislijst van de aanwezige goederen opstelde. Hij deed dat niet zonder reden: zijn voorganger, Ambrosius Scheuring, had de kerk en de pastorie in een erbarmelijke staat achtergelaten. Van de kledingstukken schrijft hij dat ze slecht of versleten waren en dat het vaatwerk gebroken was. Pastoor Scheuring, een aanhanger van het Jansenisme, had zich in Hoogland niet erg welkom gevoeld. Hij was vertrokken omdat Hooglandse bevolking hem 'uitgehongerd' had. Uit de doopboeken blijkt dat er tussen 1702 en 1709 maar weinig dopelingen zijn ingeschreven. Veel Hooglanders lieten in die jaren hun kinderen dopen in de
omliggende plaatsen. De vrouwe van Emiclaer heeft hierin de hand gehad; zij stuurde de parochianen vooral naar de Amersfoortse kerken. De onvrede met deze pastoor is er waarschijnlijk de oorzaak van geweest dat de schuilkerk het Zandhuisje nog lang na de bouw van de kerk van Hoogland in gebruik is gebleven.

Hoe de eerste kerk van Hoogland er uit heeft gezien is niet bekend; waarschijnlijk was deze van hout. Mogelijk is het een schuur of schapenhok geweest die bij de boerderij de Langenoord hoorde. De parochianen zullen het meeste onderhoud zelf hebben bekostigd. De heer en vrouwe van Emiclaer hadden wel een 'heerebank' in dit kerkje.




Het is bekend dat het kerkje in 1770 door de toenmalige pastoor werd verbouwd. In 1840 vond nogmaals een verbouwing plaats en werd de kerk vergroot. Er vond toen een openbare aanbesteding plaats onder toezicht van notaris Van Werkhoven te Amersfoort. Hendrik Coenen, timmerman uit Hoogland, was de laagste inschrijver voor de som van f 12.500,-. In het bestek staat dat de pannen en het riet van het dak van de kerk en de pastorie aansluitend moesten zijn. Hoe de kerk er in deze periode verder heeft uit gezien weten we evenmin; afbeeldingen zijn er voor zover bekend niet.

Over de ligging van de kerk weten we wel meer. De kerk stond ter hoogte van de parkeerplaats van Leo's Oord. Bij de aanleg van dit terrein is een gedeelte van de fundamenten van de muren en pilaren weer te voorschijn gekomen. De kerk was ongeveer 12 m breed en 18 m lang. Het lijkt erop dat de ingang voorin de kerk aan de westzijde was en niet aan de achterzijde. De pilaren stonden ruim een meter uit de buitenmuur, zodat er waarschijnlijk alleen twee rijen banken in het midden van de kerk gestaan hebben. De eerste kerk van Hoogland heeft er tot 1883 dienst gedaan. Toen werd de huidige kerk in gebruik genomen. De oude pastorie werd bestemd als bejaardenhuis. Na een verbouwing werd deze omgedoopt tot Leo's Oord.
 
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu