1998 - Historische Kring Hoogland

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

1998

Publicatie's > Boekbesprekingen
 
 
 
 
Uit 1998-3Vrouwe Maria Foeyt, pastoor Hermanus Ram en de Mariaplaats in Utrecht
Gerard Raven

Eemlandbiografieën
Wie van de Rondweg Noord naar de Laan der Hoven rijdt in de recente woonwijk Kattenbroek komt over de Jonkvrouw Foeytweg. Deze is genoemd naar Maria Foeyt (1674-1746), vrouwe van Emiclaer, die vanouds in verband wordt gebracht met de bouw van het eerste rooms-katholieke kerkje in Hoogland in 1696. Maar was het inderdaad Maria die de bekende schenking van grond van boerderij Langenoord deed? Wat heeft zij verder voor Hoogland betekend?
Maria was goed bekend met de elkaar opvolgende pastoors van Hoogland. Een van hen was Hermanus Ram van Schalkwijk (1690-1761). In 1983 heeft Jaap Reussien een aantal brieven van deze pastoor ontdekt over een knallende ruzie rond de aanschaf van een ciborie. Inmiddels zijn nieuwe brieven ontdekt die een completer beeld geven van de spanningen waaronder een katholieke geestelijke als Ram in een tijd van discriminatie moest leven.

Foeyt en Ram zijn het onderwerp van twee biografieën van de hand van Nellie van Vulpen en mijzelf. Deze staan samen met 40 andere levensbeschrijvingen in het deel Eemland 1 van de Utrechtse biografieën, die in november verschijnt. In deze serie zijn al vier delen over de stad Utrecht en één over de Vechtstreek uitgekomen, die veel belangstelling hebben gekregen. De redactie bestaat ditmaal uit vertegenwoordigers van de historische verenigingen uit de omgeving, het Gemeentearchief Amersfoort, het Utrechts Archief en de Stichting Stichtse Geschiedenis. Onder Eemland verstaan zij het gebied van Eemnes en Soest tot Leusden en Woudenberg. In dit gebied woonden al in de Prehistorie mensen, maar we kennen hen uiteraard niet bij name en dus komen ze niet voor in deze bundel. De vroegst beschreven persoon is bisschop Ansfried, die kort na 1000 de abdij Hohorst in Leusden stichtte. De jongste van de 40 is de Amersfoortse stadsarchitect Van der Tak, die ruim 20 jaar geleden is gestorven. Duizend jaar Eemlanders dus!
De personen die in de bundel voorkomen komen verder uit alle tijden en alle lagen van de bevolking: van de Soester klokkenmaker en randfiguur Folkert de Graaf tot de adellijke Aleide de Beaufort, in Leusden nog bekend vanwege haar liefdadigheid. Naast de deftige Amersfoortse burgemeester Van Randwijck vinden we Willem van IJcken, een schipper uit Eemnes, en de Baarnse fotopionier Adriaan Boer. Er zijn nu vergeten figuren tussen als Mees Rutgers, een bendeleider uit Hees in de zeventiende eeuw, maar ook nationale beroemdheden als de schilders Paulus Bor en Jacobus van Looij, die tevens schrijver was.

Eemland 1 is rijk geïllustreerd en kost 125,-. Wie vooraf intekent krijgt 10% korting. U maakt dan voor 20 september a.s. 122,50 over op rekeningnummer
12 30 60 028 (Rabobank Hoogland) van onze penningmeester, onder vermelding van 'Eemland 1'. Dit aanbod is alleen interessant voor wie het boekje zelf komt afhalen of De Bewaarsman niet over de post krijgt, maar van een van onze eigen bezorgers. De boekjes liggen voor u klaar bij Barend ter Wal, Kastanjelaan 7 (belt u even: 480 22 99); wie het in december nog niet heeft krijgt het gelijk met het decembemummer van ons blad.
In Eemland zijn nog wel meer personen te vinden die een biografie verdienen. Daarom bestaat het plan om eind 1999 een tweede deel uit te brengen. Wie ook een persoon wil beschrijven of een suggestie heeft voor iemand die in deel II niet mag ontbreken kan contact opnemen met de redactie.

Nieuwe archiefwijzers
Het Utrechts Archief en de Stichting Stichtse Geschiedenis zijn ook op ander terrein actief: zij hebben twee gidsen gepubliceerd die elk 19,95 kosten. Huizen vol historie is handig bij huizenonderzoek in de provincie Utrecht; Van aver tot Aver bij genealogische naspeuringen.

Utrechtse kapittels
Maria Foeyt woonde in de zomer op haar landhuis in Emidaer (nu is dit een eilandje met bomen tussen het winkelcentrum Emidaer en de eerste flat aan de vijver). 's Winters verbleef zij echter in haar huis aan de Mariaplaats in de stad Utrecht. Over Mariaplaats en Mariahoek verscheen in juni een fraai geïllustreerd en vormgegeven boekje van de archeoloog Evert van Ginkel. Van Ginkel weet de nieuwste inzichten van archeologen, kunst-, bouw- en gewone historici op heldere en pakkende wijze te beschrijven, waarbij plattegronden goede diensten bewijzen. Eind Ile eeuw verrees de Mariakerk, die net als de Dom, de Jans- en de Pieterskerk en de Paulusabdij een eigen kapittel had. De kanunniken van zo'n kapittel waren meestal jongere zoons van rijke families, die zo een succesvolle geestelijke carriere konden maken. Zij zongen de getijden, droegen de missen op en bestuurden de kerk en haar uitgebreide landgoederen, die ook in Hoogland lagen; alleen van de Mariakerk zijn nog geen voorbeelden uit ons dorp bekend. Natuurlijk moesten deze hoge heren een fraai huis hebben om in te wonen, en dat kregen zij ook. Rondom de kerk verrezen forse huizen die steeds rijker versierd werden. Het hele gebied rond de kerk was een soort mini staat je met eigen rechtspraak (immuniteit). De laatste jaren zijn proefschriften over de kapittels van Oudmunster en Sint Jan verschenen, waarvan de eerste vooral over het leven van de geestelijken gaat en de tweede meer over de landgoederen voor 1400. Daaruit blijkt dat de landerijen van de heren van Sint Jan in of niet ver van de stad Utrecht lagen. Hoogland ontbreekt dan ook; in de inventaris van het kapittelarchiefvond ik wel in 1438 land van hen in de Slaag.

In 1580 werden de katholieke kerken onteigend, maar de kapittels van Utrecht en Amersfoort bleven opvallend genoeg gehandhaafd. Natuurlijk werden deze steeds meer bevolkt met protestantse bestuurders. Het woongebied rond de Mariakerk bleef echter het domein van katholieken en later ook oud-katholieken, waaronder de familie Foeyt.
De Mariakerk is na lange verwaarlozing in 1813 en 1844 gesloopt. Het aantrekkelijke van het boekje van Van Ginkel is echter dat hij de weg wijst naar onvermoede restanten van de vroegere enclave. Zo wist ik de pandhof en de Gertrudiskapel wel te vinden, maar de middeleeuwse mozaïekvloer, de gevel van een kanunnikenhuis in Sociëteit de Vereeniging en de vredige binnentuintjes van de Mariaplaats heb ik pas onlangs bezocht, dankzij dit boek.
E. van Ginkel, Verleden wijk. De immuniteit van Sint-Marie (Historische Reeks Utrecht 23, Utrecht: Matrijs 1998). ISBN 90 5345 126 9, 64 pp, 124,95.
B. van den Hoven van Genderen, De Heren van de Kerk. De kanunniken van Oudmunster te Utrecht in de late middeleeuwen (Zutphen: Walburg Pers, 1997). 831 pp,/80,-.
Idem. Het Kapitel-generaal en de Staten van het Nedersticht in de 15e eeuw (Zutphen­Linschoten 1987) beschrijft de politieke invloed van de kapitels.
Idem, 'Kanunniken, kloosters en kerkgebouwen in laat-middeleeuws Utrecht', in R.E. V. Stuip en C. Vellekoop, Utrecht tussen kerk en staat (Hilversum: Verloren, 1991) 197-226
E.N. Palmboom, Het kapittel van Sint Jan te Utrecht. Een onderzoek naar verwerving, beheer en administratie van het oudste goederen bezit (elfde-veertiende eeuw) (Hilversum: Verloren, 1995)
C.J.C. Broer, 'Ontginningen in Eemland in de Middeleeuwen', Oud-Utrecht 65 (1992) 20-31 betreft de Sint-Paulusabdij, waarover haar proefschrift in voorbereiding is.
M.W.J. de Bruijn, Husinghe ende hofstede. Een institutioneel-geografische studie van de rechtspraak over onroerend goed in de stad Utrecht in de middeleeuwen (Utrecht 1994) gaat in op de grenzen van de immuniteiten.

Uit 1998-4
H. van Middelaar (red.), Het Hooglands Zakwoordenboek ('t Hooglandt's Genootschap, Hoogland I 998).Ongepagineerd, /15,-.
Begin oktober was het zover: het eerste Hooglandse woordenboek zag het levenslicht. De Stichting 't Hooghlandt's Genootschap gaf het Hooglands Zakwoordenboek uit. Het is een feest om hierin te lezen en er doorheen te bladeren. Het is verrassend dat het Hooglands (een onderdeel van het Veluws) zoveel eigen woorden kent. Voor veel woorden bestaat geen Nederlands synoniem. Dan is het vaak moeilijk om het precies te omschrijven. De samenstellers zijn daar goed in geslaagd.
Hoewel de auteurs zeggen geen volledigheid na te streven is ze dat goed gelukt. In het voonvoord roepen zij de lezer ook op ontbrekende woorden te achterhalen. Dat is leuk om te doen, maar het boekje is zo compleet dat dat niet eenvoudig is. Toch heb ik er een paar gevonden: anêwarrekt zijn: klaar zijn met werken beheimsig: stiekem, achterbaks hieps: gekookte ham aan het beenJbot lui: moe; ik bin lui = ik ben moe miersig: heel zoet, mierzoet uutkuren: uitvreten, uitspoken; wat hei jie uutêkuurt = wat heb jij gedaan! uitgespookt Ook vond ik nog een paar ontbrekende betekenissen van woorden die wel in het boekje staan: knieperig: gemeen koud puls: veel te groot of veel te wijd; een puls van een trui = een veel te grote trui Wat mij betreft is het zoeken naar ontbrekende woorden een nieuw gezelschapsspel op verjaardagen, bij de koffie of onder de kerstboom. De 'Verantwoording' van het boekje is zeer de moeite waard om te lezen. Er wordt beschreven hoe het Hooglands wordt uitgesproken en welke wetmatigheden er zijn te Yinden. Wetenswaardig is ook dat de uitspraak kan verschillen per buurtschap of zelfs per familie. Sommige woorden komen zelfs alleen in bepaalde families voor. De samenstellers maken in 'En tenslotte' duidelijk hoe nauw de Hooglandse cultuur en taal samenhangen. Er wordt treffend geschetst hoe het Hooglands de aard van de bewoners uitdrukt.
Veel woorden worden nog dagelijks gebruikt door Hooglanders, maar andere zijn sterk gekoppeld aan het verleden. Vooral die woorden die te maken hebben met het boerenbedrijf, zoals allerlei machines en werktuigen die vroeger werden gebruikt. Omdat deze vervangen zijn door modernere uitvoeringen of geheel nieuwe apparaten heeft het Hooglands er geen eigen woorden voor, maar wordt het Nederlands gebruikt. Het woordenboek is verluchtigd met grappige tekeningen, die de letterlijke betekenis van sommige woorden laten zien.
Het Hooglands Zakwoordenboek is een aanrader voor iedere Hooglander en Hooglandervener en voor iedereen die geïnteresseerd is in het Hooglands. Voor f 15,-- heeft u een prachtig verzorgd boekje. De eerste druk (600 exemplaren) was binnen drie dagen uitverkocht. Begin november is een tweede (ongewijzigde) druk verschenen in een oplage van 400. Het woordenboek is te bestellen bij Ben Keizer (Wilgenlaan 17, tel. 48048 87). Ontbrekende Hooglandse woorden, op- en aanmerkingen en andere reacties kunt u aan hem doorgeven, zodat die in een eventuele derde druk kunnen worden verwerkt.
Ria Hilhorst

D.H. Kok e.a. (red.), Archeologische Kroniek Provincie Utrecht 1994-1995 (Utrecht 1998) 163 pp. 112,50
De Archeologische Kroniek is al tweemaal in dit blad besproken (1997/1 en 1997/4). In rap tempo wordt de achterstand ingehaald. Het deel 1994-1995 biedt weer veel nieuws, omdat op liefst zes plaatsen in Nieuwland werd gegraven.
Bij een goede historische inleiding hebben de stadsarcheologen een fraaie, slechts éénmaal geplubicieerde, manuscriptkaart opgenomen van de Eempolders uit ca 1650. Jammer genoeg is het verkeerde deel afgebeeld, zodat van Nieuwland niets te zien is.
Opnieuw zijn in Nieuwland vondsten gedaan die op bewoning in de Midden- en Nieuwe Steentijd duiden: vuursteenafslagen, haard- en grafkuilen. Daarna is het laag gelegen Nieuwland kennelijk niet bewoond of bewerkt geweest tot het eind van de dertiende eeuw. Interessant is dan ook de vondst van een tweede veertiende-eeuwse boerderij uit dit gebied in het driehoekje tussen Zevenhuizerstraat en Al: paalsporen, houtresten en een haardplaats, aardewerk en steengoed. Ook dit erf is maar kort bewoond geweest. Uit dezelfde of iets later tijd stamt een terp aan de Nieuwlandseweg waar een hoefsmid woonde: er werd een haardplaats gevonden met  veel spijkers en hoefijzers en een onderdeel van een paardentuig.
Nieuwland was kennelijk tussen de veertiende en achttiende eeuw opnieuw onbewoond wegens de te hoge waterstand. Hoewel de archeologen dat niet expliciet vermelden, zijn zij het met ons eens dat dit nog niets zegt over de bewerking van het land in die periode. Hoe stond het daar dan mee? Samen met Gijs Hilhorst ben ik nog eens nage­gaan wat wij daarover weten uit historische bronnen. Daarbij moet eerst opgemerkt worden dat de nieuwbouwwijk Nieuwland niet alleen bestaat uit de gelijknamige polder, die ten noorden van de Nieuwlandseweg ligt. Er hoort ook een stuk van het voormalige gerecht Hoogland bij, een uitloper van de dekzandrug waarop dan ook vrijwel alle boerderijen uit dit gebied te vinden zijn, zoals de Hoge Aard, Sneul en Valkenhoef. Alleen de Akker lag in de polder Nieuwland, natuurlijk weer op een terpje. De polder lag dus inderdaad zo laag dat er verder geen bewoning was, maar de grond werd wel degelijk benut als weiland. In mijn artikel over Bosserdijk (1997/3, met kaartje) heb ik al gesignaleerd dat dat de hoeve over slagen in Nieuw­land beschikte, net als de Oude Hooft, Kattenbroek, Schoonoord en Langenoord. Daarvan vinden we geregeld vermeldingen (1547, 1630, 1690) die aantonen dat van volledige verlating geen sprake was. Ook de Akker wordt vermeld in 1721. De genoemde hoeven ten zuiden van de Nieuwlandseweg worden vermeld in 1630 en geregeld vanaf 1714 . We hebben het malenarchief er niet op nageslagen; er lagen in beide zijden van de weg malenlanden.
Tenslotte beschrijven de stadsarcheologen de vondsten bij boerderij Sneul die al in dit blad zijn gesignaleerd (1996/2). Ieder deel van de Kroniek beslaat twee jaar en is voor /12,50 te bestellen in de boekhandel ofbij de Stichting Publikaties Oud­Utrecht, (030) 228 46 55. Men kan ook een abonnement nemen.

M. van der Burg en K. Lievaart, Drie generaties in schort en overall. Terugblik op een eeuw vrouwenarbeid in de landbouw (Werkgroep Vrouwen in de Landbouw, Wageningen 1998) 118 pp.j15,- plus verzendkosten: (0317) 410500

H. Pott-Buter en K.Tijdens, Vrouwen. Leven en werk in de twintigste eeuw (Amsterdam University Press 1998) 333 pp.j59,95
Het Vrouwenjaar 1998 heeft veel interessante publicaties, tentoonstellingen enzo­voort opgeleverd. Twee ervan zijn voor ons interessant omdat deze aandacht besteden aan de plattelandsvrouw. Dat is opmerkelijk, omdat naar het leven van boerinnen en -meiden tot dusver weinig onderzoek is gedaan. Vooral de boerinnen zijn in land­bouwstatistieken en in het overheidsbeleid vaak 'vergeten', omdat zij naast het huis­houden allerlei onopvallende klussen op de boerderij deden en de mannen in drukke perioden hielpen. Daarnaast maakten zij kaas en worst, die ze verkochten in hun winkeltje of op de markt. Ook zochten vrouwen wel werk buiten de boerderij om de inkomsten aan te vullen. Het was nogal eens "het eerst op en het laatst te bed". Toch zagen zij vaak kans daarnaast actief te zijn in het verenigings-leven of zelfs in de politiek. Dat was mede mogelijk door de mechanisatie, die de boerin de gelegenheid gaf zich te beperken tot het werk binnenshuis. Interessant is ook de omslag van 1956, toen gehuwde vrouwen zelf handelingsbevoegd werden en dus (mede-) bedrijfsleider konden worden of een eigen bedrijf mochten hebben. Sindsdien hebben veel vrouwen juist weer extra werk aangepakt, op ofbuiten de boerderij.
De historica Margreet van der Burg schreef met Krista Lievaart een boekje bij de nu rondreizende tentoonstelling In schort en overall. Daarbij is een heel aardige formule toegepast. Via oproepen in agrarische bladen werden de levensverhalen van steeds drie generaties uit dezelfde familie opgetekend. Op boerderijen zijn werk en familie­verhoudingen immers sterk verweven. Bovendien tekende zij samen met Bettina Bock voor het hoofdstuk 'Vrouwenarbeid in de agrarische sector' in het algemene boek bij het Vrouwenjaar (pp 218-240). Dit is een historisch overzicht, verlucht met enkele pakkende herinneringen van vrouwen over hun moeder en henzelf.
Nu de werkgroep Vathorst de tweede fase ingaat kunnen we ons misschien door deze twee publicaties laten inspireren bij verder onderzoek. Bij vraaggesprekken zou bijvoorbeeld speciale aandacht kunnen worden besteed aan de ervaringen van de vrouwen op de boerderij. Zo kan ons onderzoek een aanvulling bieden op het beeld zoals dat hierboven kort is geschetst.
Gerard Raven

R. de Kam, 'Voor den armen alhier. ' De geschiedenis van vijf Utrechtse fundaties en hun vrijwoningen (Historische Reeks Utrecht 24, Matrijs, Utrecht 1998) 64 pp, 124,95
De Hoogelanden moet men niet bij ons zoeken, maar in de stad Utrecht. In 1823 werd dit voormalige gerecht door de stad geannexeerd. In dit gerecht was in 1715 een liefdadige stichting (fundatie) ontstaan die twee eenvoudige woninkjes aan de Vinkenkade beschikbaar stelde voor de armen. Later is er nog een aangebouwd. Ze werden vrijwoningen genoemd, omdat de armen er mochten wonen zonder huur te betalen.
In dit boekje worden nog vier andere fundaties besproken waarvan het beheer bij het gemeentebestuur van Utrecht is terechtgekomen. Wat het meest opvalt is de grote continuïteit in deze wijze van armenzorg. In zeshonderd jaar veranderde er nauwelijks iets; alleen is tussen 1900 en 1960 ook hier een huurconstructie ingevoerd. Net als het deeltje over de immuniteit van Sint-Marie (besproken in het vorige nummer) is dit boekje een lust om te lezen en te bekijken.
Gerard Raven



 
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu