1999 - Historische Kring Hoogland

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

1999

Publicatie's > Boekbesprekingen
 
 
 
 
Uit 1999-7(1)
Genealogie Van 't Klooster te Soest, Eemnes en Hoogland
Gerard Pommer heeft opnieuw een genealogie afgerond. Hij heeft deze geen titel gegeven, omdat er alleen kale genealogische gegevens in staan. De stamboom begint met Jan Thonisz (Soest ca l570-ca 1645), die rond 1600 trouwde met Geertje Hendriks in 't Clooster. Velen zal bekend zijn dat de familienaam is afgeleid van het voormalige klooster Mariënhof dat achter de boerderij het Lange Huis (Birktstraat 131 te Soest) heeft gestaan. Het klooster had verschillende boerderijen in de Birkt in eigendom. Vorig jaar hebben veel leden van onze kring het Lange Huis bezocht tijdens de fietstocht naar Soest. De getikte genealogie is niet te koop, maar een kopie bevindt zich in onze collectie.

M. Mijnssen-Dutilh, Verzamelde inventarissen van de archieven van de polders en water­schappen gelegen ten noorden van Hoogland ([Amersfoort] 1997) 317 pp.f20,-
-,verzamelde inventarissen van de archieven van de waterschappen gelegen op het Hoogland ([Amersfoort]1998) 135 pp. /15,-
-, Inventaris van het archiefvan de Bunschoter Veen- en Veldendijk (1601) 1603-1942 met retro-acta betreffende het beheer en onderhoud van de Veendijk en de schouw van de Velden­dijk (1486) 1533-1603 ([Amersfoort] 1997) 144 pp. /15,-
-, Verzamelde inventarissen van de archieven van de polders en waterschappen gelegen onder Bunschoten ([Amersfoort]1998) 181 pp. /15,-
-, Verzamelde inventaris van de archieven van het Waterschap Beoosten de Eem en de Plaatselijke Commissie voor de Ruilverkaveling Beoosten de Eem ([Amersfoort]1998) 143 pp. /15,
Dit jaar heeft het Gemeentearchief Amersfoort niet alleen archieven uit randgemeenten als Baarn, Leusden en Woudenberg opgenomen, ook de archieven van de Eemlandse waterschap­pen zijn er nu te vinden. Waterschapsarchivaris Margriet Mijnssen publiceerde bovendien vijf verschillende inventarissen van waterschapsarchieven die van groot belang zijn voor onze plaatselijke geschiedschrijving.
Wie De Eemlandse lege landen heeft gelezen, dat mw Mijnssen samen met C. Dekker schreef, weet dat het waterbeheer in Hoogland steeds van wezenlijke betekenis is geweest. Bovendien is vanuit dit gezichtspunt veel nieuw licht geboden in de nog duistere middeleeuw­se geschiedenis van Hoogland. Dit komt doordat de oudste documenten van de waterschappen beter bewaard zijn gebleven dan de archieven van de gerechten. De waterschappen zijn ook voor de recentere geschiedenis van belang. Wie bijvoorbeeld de geschiedenis van een boerderij wil beschrijven zal in het archief van het betreffende waterschap interessante gegevens kunnen vinden over onderhoud van watergangen, overstromingen enz. Er is ook een goede kans dat de eigenaar polderbestuurder was.
Deze inventarissen zijn niet alleen een ingang: mw Mijnssen heeft hierin veel van haar deskundigheid voorgoed vastgelegd. Dat is ook wel nodig, omdat de waterschapsgeschiedenis ingewikkeld is. Uit eigen ervaring kan ik echter melden dat de uitvoerige inleiding en lijsten van bestuurders zó compleet zijn dat het raadplegen van het archief zelf een peuleschil wordt of vaak niet eens meer nodig is.
In dit bestek is er nauwelijks plaats voor een samenvatting van die inleidingen. Ik meld slechts dat de waterschappen spontaan ontstaan zijn als samenwerkingsverbanden van de betrokken boeren en daardoor zeer verschillend van aard waren. Dat leidde vaak tot bestuurlijke problemen. In de 19e eeuw ging de provincie zich steeds meer met deze situatie bemoeien, wat leidde tot meer uniform bestuur en tot de eerste fusies. Over die fusies heeft Piet Smink geschreven in De Bewaarsman van december 1996. Ongetwijfeld zullen deze inventarissen het gebruik van de waterschapsarchieven een enorme stimulans geven.

Gerard Raven en Agnes Witte, Focus op Amersfoort. Stadsbeelden van 1900 opnieuw gefotografeerd (Zaltbommel1999) 84 pp, /34,50
Museum Flehite heeft voor haar zomerexpositie 40 foto's van ca 1900 geselecteerd uit de collectie van het Gemeentearchief. Het bleek echter heel lastig te zijn om voor zo'n vroege periode ook Hooglandse dorpsgezichten te vinden. Een oproep op een vergadering van de Historische Kring Hoogland leverde niet het gewenste resultaat. Uiteindelijk zijn er toch drie fraaie foto's gevonden. Alle lokaties werden vervolgens opnieuw gefotografeerd, wat verras­sende resultaten opleverde. De 40 dubbeltallen zijn ook afgedrukt in het begeleidende boek, de oude foto's in de stadswandeling (/1,50). De tentoonstelling is te zien tot 10 oktober. Museum Flehite, Westsingel 50. Geopend: di-vr 11-17 en za-zo 13-17 uur.

H.Th. Hormann, Gezagsdragers Amersfoorl1405-1795 (Historische Toegangen van de Gelderse Vallei 18, Bureau voor Familiehistorie, Woudenberg 1998) 62 pp. Te bestellen door /20,- over te maken op giro 667 221 van de auteur te Woudenberg.
Veel Hooglandse landerijen waren in handen van Amersfoortse regenten en instellingen. In De Bewaarsman zijn al vele malen hun namen gevallen. Het was tot dusver echter niet zo eenvou­dig om deze Amersfoorters te plaatsen. Er waren twee publicaties waarin de Amersfoortse stadsbestuurders vermeld stonden, maar dat kostte heel wat geblader. Dankzij het boek van Hormann staan ze nu allen op alfabet. Zo is in één oogopslag te zien dat de familie De Wijs, eigenaar van boerderij Kouwenhoven, van 1437 tot 1657 op het pluche zat. De familie De Coninck, eigenaar van Emiclaer en Langenoord tot 1579, komen we vanaf 1438 tegen. Niet elke landeigenaar was echter stadsbestuurder: zo zal men vergeefs zoeken naar Johan van Oldenbarnevelt, die immers in Rotterdam en Den Haag carrière maakte.
Een klein punt van kritiek. Jammer is dat familieleden niet altijd bij elkaar staan, domweg door spelvarianten. Hormann heeft wel een kruisverwijzing, maar trekt zich meer aan van de oorspronkelijke schrijfwijzen dan onder historici gebruikelijk is.

K. Emmens, De Sint-Joriskerk te Amersfoort. Van hofkapel tot kapittelkerk (Amersfortiareeks 11, Amersfoort 1998) 223 pp, /29,90
De Hooglandse en Amersfoortse geschiedenis is ook in andere opzichten nauw verweven. Zo vonden veel vergaderingen van Hooglandse waterschappen en de malen plaats in de Sint-Joriskerk. De kerk was destijds een van de weinige plekken om te vergaderen; het alternatief was een herberg.
In 1998 is het 750-jarig bestaan van de Sint-Joriskerk gevierd. Het altaar is in 1248 ingewijd door de bisschop van Utrecht, maar de geschiedenis van de kerk begon al veel eerder, als kapel van de bisschoppelijke hof. Daarvan resteert alleen nog de Romaanse toren, die rond 1200 in steen is opgetrokken en nu geheel binnen de kerk staat.
De auteur heeft zich beperkt tot de bouwgeschiedenis en inrichting van de kerk. Daar had hij uiteraard genoeg aan. Het resultaat mag er zijn. Tegelijkertijd publiceerde Dirk Steenbeek de inventaris van het archief van de hervormde gemeente, met de opmerking dat hierin nog veel te onderzoeken valt over de sociale geschiedenis van de kerk.

W. Bos, Ruitenbeek. Een oude hoeve in Leusden (eigen beheer, Leusden 1999) 78 pp A4, /25,- bij boekhandel Van der Vlist te Leusden

J. Verduin, Boerderijen in Leusden in de Middeleeuwen (Historische Kring Leusden, in voor­bereiding) ca 120 pp A4, /29,50 bij voorintekening bij A. Vroon, Landjonker 51,3834 CM Leusden, daarna te koop bij boekhandel Van der Vlist.
De Historische Kring Leusden is al een stuk verder met het onderzoek naar de geschiedenis van boerderijen dan wij. Verschillende artikelen en boeken van de leden zijn voor ons een inspirerend voorbeeld, vooral waar de middeleeuwse bronnen zijn gebruikt. Zo heb ik nieuwe archieven ontdekt die belangrijke aanvullingen waren voor mijn eigen artikelen.
Wie niet zo thuis is in die oude archieven vindt in het boek van Wim Bos over Ruitenbeek een heldere inleiding in de materie. Hij legt bijvoorbeeld uit hoe de ontginningen tot stand kwamen en hoe de verkavelingen nu nog in het landschap zichtbaar zijn. Ook de belastingen en vaktermen passeren de revue. Daarna volgt Bos de verdere geschiedenis van Ruitenbeek, die hij vrij compleet in kaart heeft gebracht. Net als bij Kouwenhoven in Hoogland-West dateren de oudste gegevens over eigenaar en pachter van respectievelijk ca 1400 en 1536. Jammer is dat de auteur nu de eerdere inleiding als bekend veronderstelt. Doordat hij verder dicht bij de oorspronkelijke formuleringen blijft is de tekst juist minder toegankelijk voor de ongeoefende lezer.
De Historische Kring Leusden heeft voor augustus alweer een nieuw boek door Jan Verduin aangekondigd, dat juist speciaal bedoeld is als hulp bij het onderzoek in middeleeuwse bronnen. Ik zie er met belangstelling naar uit.

D.H. Kok e.a. (red.), Archeologische Kroniek Provincie Utrecht 1996-1997 (Utrecht 1999) 191 pp, /12,50 in de boekhandel ofbij de Stichting Publicaties Oud-Utrecht, (030) 228 46 55. Deze Kroniek is het sluitstuk van een bewonderenswaardige inhaalslag. Dit deel bevat berichten over opgravingen langs de Bunschoterstraat, en wel bij de Hoge Heerd, de Hoge Kamp, de Vier Akkers en een onbekende boerderij. Sinds de aanleg van de straat in de tweede helft van de 13e eeuw bestond hier een voortdurende strijd tegen het water. Verder komt de opgraving bij de Akker in Nieuwland aan bod, die wij al signaleerden in De Bewaarsman van juni 1997.

A. de Boer, 'Langenoord, een mesolithische vindplaats', Mededelingen Archeologische Werk­gemeenschap Nederland, afdeling Vallei en Eemland 20:2 (september 1998) 6-7
Redacteur Auke de Boer pleit voor een uitvoerige publicatie over de opgravingen van prehistorische vindplaatsen in Hoogland. Deze zijn van belang omdat in de regio veel meer interessante vondsten zijn gedaan, bijvoorbeeld door veldverkenningen van de A WN elders in Hoogland. Zonder verdere studie is de samenhang echter moeilijk te zien. Iruniddels is men zelf begonnen de noodopgraving Langenoord uit te werken. Deze is in 1992 met de stadsarcheologen uitgevoerd in het grasveld tussen het Bastion en de manege. Daarbij vond men huisplattegronden en sloten uit de IJzertijd, die kort werden beschreven in de Archeologische Kroniek provincie Utrecht 1992-1993 22-23. We zijn benieuwd naar het resultaat.

Opgraving Holkerstraat 57-59 (AWN Vallei en Eemland, 1999) ca 65 pp A4. Speciaal voor onze leden geldt de aanbiedingsprijs van f 10,-. U ontvangt het per post door dit bedrag over te maken op giro 2 069 594 t.n.v. penningmeester AWN Vallei en Eem1and te Soest.
De AWN heeft verder in 1997-'98 een onderzoek gedaan in de Holkerstraat 57-59 te Nijkerk. De archeologen vonden een deel van een huisplattegrond uit de 14e/15e eeuwen van de stadsgracht. Ook werden interessante aardewerk- en glasvondsten gedaan van eind 16e-begin 18e eeuw, zoals een waterkruik en een beschilderd bord.

 
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu