2002 - Historische Kring Hoogland

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

2002

Publicatie's > Boekbesprekingen
 
 
 
 
Uit 2002-2

Verhalen en Vertelsels uut Hoogland (Stichting 't Hooghlandt's Genootschap, 2001, ISBN 90-806838-1-7). Gebonden, 96 pp, 12 euro. Te verkrijgen bij herenkapsalon en tabaksspeciaalzaak André Brundel, Hamseweg 46, tel. 033-4800224 en bij Ben Keizer, Wilgenlaan 17, 033 - 4804887.
Eind december 2001 verscheen deze fraai vormgegeven en geïllustreerde verhalenbundel. Na Het Hooglands Zakwoordenboek uit 1998 (zie De Bewaarsman 4 (1998) 60-61) opnieuw een publicatie van de regenten van de Stichting 't Hooghlandt's Genootschap.
In het voorwoord geven de regenten aan dat er nog steeds veel belangstelling is voor het Hooglandse verleden. Naarmate er in letterlijke zin minder herkenbaar Hoogland is, lijkt het alsof de aandacht ervoor alleen maar toeneemt. Het bloeiende bestaan van de Historische Kring Hoogland is daar een treffend voorbeeld van, aldus de regenten. En niet alleen' echte' Hooglanders, maar ook vele' nieuwkomers' zijn geïnteresseerd en betrokken. Het boekje laat voor hen allen het verleden, veraf en dichtbij, nog eens herleven.
De bundel bevat vier hoofdstukken. Ieder daarvan begint met een korte inleiding ter verduidelijking. In hoofdstuk 1 zijn diverse korte verhalen (Volksvertelsels ) opgenomen, oorspronkelijk begin jaren 1960 verzameld door Engelbert Heupers, ambtenaar bij de gemeente Soest. De vertelsels van toenmalige Hooglanders hebben o.a. betrekking op belezen, veurschimsels, dwaollichies, witte wieven, waorzegsters, liekstaatsies en spoeken. In hoofdstuk 2 (Dood en begraven) staat een samenvatting van een gesprek met timmerman/aannemer Frans Pommer (overleden 26-8-2001) en zijn echtgenote. Het gesprek gaat over dood en begraven en alles wat daarbij hoorde in Hoogland, zoals het staarfhuus, het overluujen, de doodrieder, het regenkleed en de groefbidder. In hoofdstuk 3 (Sterke verhalen) is een aantal verhalen bijeengebracht waarbij de vraag 'waar of niet waar' er niet toe doet. We maken kennis met o.a. de mannen van de maolderie, de berenkar van Jo van Dijk, Gart van de Pol van 't Haortje en de riestepap van Willem van Riessen. In hoofdstuk 4 (Families) staat Chris Hooft centraal, eens waardin van De Kooi, een café gelegen in Bunschoten op de grens met Duist, later Hoogland. Tot slot komen de Van Dijken van Schoonoord in beeld.
Het is een boekje om met genoegen te lezen. Het is weliswaar in het Hooglands 'eschrieven, ma or dat is best te begriepen. Voor wie dat toch niet helemaal gesneden koek is en de eerste uitgave van het zakwoordenboek gemist heeft: de regenten werken inmiddels aan de voorbereiding van een uitgebreide herdruk van Het Hooglands Zakwoordenboek. Geplande datum van uitgifte: eind 2002/begin 2003. Het is maor dat u weet waor naor uut te kieken.
Arie van den Heuvel

J.A.M. Renkers, Genealogie familie Renkers (2 dln, eigen beheer, Amsterdam 2002). In te zien op het clubhuis en in het Gemeentearchief Amersfoort.
Deel 1 beschrijft ons lid Joop Renkers de afstammelingen van Jan Renkers, van wie alleen een vermelding in 1709 te Wamel (Gld) is gevonden. Zijn achterkleinzoon Henricus (Hend, 1801-1859) kwam naar de gemeente Duist. Behalve zeven bladzijden tekst zijn er nog vijf met noten. Zowel in tekst als noten worden documenten letterlijk geciteerd; meestal voegt zo'n compleet citaat niet veel toe. In plaats daarvan had ik liever informatie gezien waar de gezinnen woonden. In ons themanummer Ver in het Veld zijn de twee Duister adressen van Hend wél te vinden, dus de auteur kan deze nog invoegen. Deel 2 is een kwartierstaat van Adrianus Hendrikus Renkers (1908-1993), waarin deels dezelfde gegevens worden gepresenteerd, maar ook veel andere families uit Hoogland en de regio aan bod komen. Dat is vooral nuttig omdat in de 17e-eeuwse generaties nauwelijks meer achternamen voorkomen. De auteur heeft zich geconcentreerd op de genealogische gegevens en kan dus nog veel vinden in notariële en andere bronnen. Dit tweede deel beslaat 23 pagina's tekst en 14 noten.
Gerard Raven

R. van Valkenhoef, P. Smink en M. Mulder, Familiegeschiedenis Van Valkenhoef 1691-2001 [eigen beheer, Hoogland 2001], 46pp, aanwezig op clubhuis en Gemeentearchief.
P.R. Smink, 'Heemraad van het waterschap De Haar,' Amersfoort en omstreken [Nederlandse Genealogische Vereniging] 10:3 (september 2001) 91-92.
De genealogie Van Valkenhoef is uitgegeven naar aanleiding van een reünie in 2000, toen boerderij Rosendaal in Calveen 85 jaar familiebezit was. Eigenlijk gaat het om een parenteel, een publicatie met alle afstammelingen van Reinier van Valkenhoef (1859-1950) en zijn twee echtgenotes Grietje Voskuilen en Trui van Valkengoed. Maar de auteurs hebben ook verder teruggezocht en vonden als eerst bekende voorouders Cornelis Jansz en Maria HesseIs, die in 1719 trouwden. Cornelis was vermoedelijk knecht op boerderij De Duist te Zevenhuizen; zijn zoon Hessel werd daar in 1722 geboren. Hessel trouwde in 1750 met zijn bazin, de weduwe Geert je Cornelis van Valkenhoef. Hessel nam haar naam aan en gaf die door aan zijn kinderen. Dit is een leuk voorbeeld van een goed' aangeklede' publicatie. Er staan niet alleen kale familiegegevens in, maar ook veel informatie uit archieven die de personen wat gezicht geeft, compleet met foto's en afbeeldingen van documenten. De familie woonde op de boerderijen Valkenhoef in Nieuwland, Hilhorst aan de Koedijk te Amersfoort, Klein Liendert aan de Liendertseweg in toenmalig Hoogland, Nieuwe Kruiskamp in Amersfoort en de al genoemde Rosendaal. In het blad van de afdeling Amersfoort e.o. van de NGV staat een korte bijdrage van Piet Smink over dezelfde Reinier van Valkenhoef. Hij was eigenaar van enkele weilanden ten noorden van de huidige Oude Lodijk en heemraad van De Haar in de jaren 1899-1929. Ondanks de lange zittingsperiode is er kennelijk weinig over hem te vinden in het waterschapsarchief. In 1914 en 1919 liepen de gemoederen hoog op in café Schimmel. De Bunschoter ingelanden wilden een eigen man in het college, maar de Hooglanders vonden dat eerst niet nodig. Pas in 1920 gaven zij toe.
Gerard Raven

A. ter Beek, 'De bemaling van de Bunschoter polders' (6 en slot), Bun Historiael 22 (2001) 124-131, 168-175.
In de laatste artikelen van deze serie gaat de auteur in op de bouw van de nieuwe gemalen Zeldert en De Haar. Bij de ruilverkaveling van 1989 zijn nog andere nieuwe gemalen gebouwd, waardoor de afwatering van polder De Haar sterk is verbeterd.
Gerard Raven

J.E. Kort, 'Repertorium op de lenen van de hofstede Luttike Weede, 1354-1716,' De Nederlandsche Leeuw 113 (1996) 195-205.
J.E. Kort, Repertorium op de lenen van Gaasbeek .... (Houten-Hilversum 2001). De heer Kort heeft al talloze middeleeuwse vermeldingen van lenen op een systematische manier gepubliceerd. Hij geeft steeds het oppervlak van een landgoed, de belendingen (= buren) en vervolgens de beleningen (= in leen geven) op datum. De familie van Gaasbeek, heren van Abcoude, was onder andere heer van Soest. Hier vinden we beleningen van het landgoed Coelhorst, Zelhorst ter Eem, Raaphorst/ Bloemberg en een halve hoeve zonder naam (pp 52-54).
Gerard Raven

Uit 2002-3Gerard Raven
W.]. Spies, 'Schouten en secretarissen ten plattelande van Utrecht in 1617, Gens Nostra 57 (2002) 29-31
Eeuwenlang hebben ambtenaren recognities betaald: een deel van hun inkomen als dank voor hun benoeming. Dat gebeurde aan ambachtsheren, maar ook aan de Staten van Utrecht. De auteur heeft zich ertoe beperkt de namen te publiceren die voorkomen in een afrekening van betalingen voor de drie jaren 1617-1619. Hierin komen we ook de functionarissen van Hoogland tegen: schout Jan van Bijler betaalde 50 pond en secretaris Jan Lenaartsz 1 pond 10 stuiver. Er werd dus niet in guldens betaald. Lenaartsz was tevens secretaris van Leusden. Zijn collega van Duist, Rijk van Mulenborch, was echter niet ook nog secretaris van Bunschoten zoals later wel voorkwam. Hij betaalde 1 pond. Het feit dat zij hun recognitie aan de Staten betaalden is een nieuwe bevestiging dat Hoogland en Duist tot 1714 geen particulier als ambachtsheer hadden; zie De Bewaarsman 5 (1999) 105-106 en 8 (2002) 7.

P. 't Hart, G. Pouw en R. Rommes, Gepokt en gemazeld. Gids voor historisch onderzoek in de provincie Utrecht (Trajecten door Utrecht 6, Het Utrechts Archief en Stichting Stichtse Geschiedenis, Utrecht 2002) ISBN 90 76366 09 8, 64 pp, €4,50 + porti indien besteld via Het Utrechts Archief (030) 286 66 11
Hoera, weer een nieuwe onderzoeksgids! Eerder verschenen boekjes over thema's als huizen, genealogie, biografie en kerken, die in dit blad werden gesignaleerd. Over de gezondheidszorg is nog verbazend veel bronnenmateriaal bewaard gebleven. In deze gids een inleiding over de medische kennis in vroeger tijd, hoofdstukken over ziekten, ziektenbestrijders, opgaven van instellingen en adressen. In het boekje zelf staan ook al waardevolle gegevens over Hoogland, in twee statistieken van choleraslachtoffers. Naar die cijfers hebben we vergeefs gezocht bij het schrijven van de geschiedenis van de gemeenten Hoogland en Duist, gepubliceerd in De Bewaarsman 5 (1999) 55 en 8 (2002) 29. In de periode 11 augustus­28 november 1832 overleden alle vier zieken in Hoogland, maar de ene in Duist werd weer beter (voor de hele provincie: 1147, waarvan 503 overleden). In Baarn en Soest was er een zieke, in Amersfoort 302. Toen de epidemie in 1866 terugkeerde overleed de ene Hooglandse zieke (0,04% van de bevolking). In Amersfoort waren er toen 297, in Baarn 3, in Leusden en Woudenberg elk een. Totaal 4156, waarvan 2667 overleden ofwel 1,54% van de bevolking. Hoogland kwam er toen dus relatief goed vanaf!

M. Cramer, 'Boerderij De Bosserdijk gemeentelijk monument,' Nieuwsblad Monumentenzorg en Archeologie 66 (maart 2002) 3-4
Naar aanleiding van het verzoek van de Vereniging Dorpsbelangen Hoogland is Bosserdijk onlangs op de monumentenlijst geplaatst. Verrassend is dat de artikelen die over deze boerderij in De Bewaarsman 1997 en 2000-2002 zijn verschenen daarbij een belangrijke rol hebben gespeeld. Daarin werd immers duidelijk dat het om een authentieke malenhoeve gaat waarvan nog belangrijke middeleeuwse oorkonden bewaard zijn gebleven. De boerderij is van het type hallenhuis en dateert uit 1850/1900. De gave kopgevels hebben een grote architectuurhistorische waarde; de indeling en zijgevels zijn niet meer oorspronkelijk. De auteur vertelde mij dat de woonfunctie behouden blijft: voor- en achtergedeelte worden daarvoor gesplitst. In de schuren kunnen ateliers komen.

K. Slaats en H. Verhorst [e.a.], Water in de Gelderse Vallei en het Eemland [Waterschap Vallei en Eem, Leusden 2002] isbn 90 7015048 4, 63 pp, €11,95
Dit is een boekje voor een breed publiek over de geschiedenis en huidige werkzaamheden van het Waterschap Vallei en Eemland. Dit is in 1997 ontstaan als sluitstuk van een eeuw fusies en schaalvergroting. In kort bestek wordt een beeld gegeven van de vorming van het landschap, de aanleg van dijken en weteringen, het bestuur en de zorg voor schoon water. De historische passages zijn geschreven door waterschapsarchivaris Margriet Mijnssen. Twee leuke kaderteksten betreffen de overstromingen van 1916 en 1917 en de verkiezingen van bestuurders in het verleden. Het boekje staat vol prachtige oude en moderne foto's, waaronder gemaal Zeldert. Gezien het grote gebied dat wordt bestreken kan Hoogland natuurlijk nauwelijks aan de orde komen; het gaat om het bredere historische kader.

T. Smink-van Velsen enJ. Uildriks-Linstra, De streekdracht Hoogland (Hoogland 2000) €12,- bij de eerstgenoemde auteur, Mgr Van de Weteringstraat 36.
Truus Smink en Jacomina Uildriks zijn lid van de folkloregroep De Eemlanddansers. Zij hebben in eigen beheer een boekje met plastic ringband uitgegeven. Er staan patroontjes en beschrijvingen in om een pop van top tot teen aan te kleden in het opknappersgoed. Deze kleding werd rond 1890 gedragen, als men door de week op visite of naar de markt ging. De liefhebber van het maken van poppenkleertjes zal hier menig plezierig uurtje aan beleven.
Boukje Buenk



 
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu