2003 - Historische Kring Hoogland

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

2003

Publicatie's > Boekbesprekingen
 
 
 
 
Uit 2003-1
L. van Beckum, De katholieke kerk in Leusden ca. 1000-ca. 1980 (Fonds Publicaties Geschiedenis Leusden, Historische Kring Leusden 2002) isbn 90 901645 7 X, 108 pp, € 15 bij de kring en in boekhandel Van der Vlist te Leusden.
Leonie van Beckum begint haar boek met de vroeg-middeleeuwse kerk van OudLeusden. Onder deze kerspel of parochie viel aanvankelijk de hele omgeving, ook Hoogland tot de stichting van de Martinuskerk in 1696. Tot de aanleg van het r.k. kerkhof te Hoogland in 1828 zijn de meeste Hooglandse katholieken ook op OudLeusden begraven.
Na de Hervorming in 1580 is er een grijs gebied waar weinig van terug te vinden is, een constatering die wij ook hebben gedaan. Vanaf 1716 komt de geschiedenis van de parochie Hamersveld aan bod. Dan komen er ook weer meer aantekeningen. De schrijfster gaat hier uitvoerig op in en alle pastoors en kapelaans worden beschreven. Het geheel is verrijkt met een vijftigtal foto's.Gijs Hilhorst

D.Kok, R. Kok en F. Vogelzang (red.), Archeologische Kroniek Provincie Utrecht 2000-2001 [Utrecht 2002], issn 1386-8527, 286 pp, € 5,65
Gratis voor leden van de Vereniging Oud-Utrecht, contributie € 25 (inclusief tijdschrift en jaarboek), tel. mw T. Wilmer (030) 286 66 11, www.oud-utrecht.nl. Dit keer komen vier Hooglandse lokaties aan bod. De kapel van Coelhorst krijgt een mogelijk vroegere datering op grond van het baksteenformaat in de fundering: rond 1325, terwijl tot dusver ca 1350 werd genoemd. In ieder geval stamt het gebouwtje uit dezelfde tijd als de kapel van Isselt, die van 1339 is. Op het uitbreidingsterrein van vuilstort Smink zochten de archeologen vergeefs naar resten van de buitenplaats Rozendaal (vroeger Calveen). De hoop is nu gevestigd op een grondwal iets oostelijker, die over enkele jaren vrijkomt voor onderzoek. In Vathorst vond men bij de Calveenseweg en de Veenweg tientallen kuilen uit de Midden-Steentijd (9000-7000 v.Chr.), die waarschijnlijk ten dele gebruikt werden voor vuren. Ze bevatten veel houtskool en enkele ook kleine steenafslagen. Het verbrande dennehout illustreert het voorkomen van grote naaldwouden in die tijd, toen het terrein minder drassig was. Een ander laaggelegen gebied is de Zeldertseweg, waar de huisterpen zijn aangewezen als archeologisch belangrijke plaats. Bij nr 85 zijn enkele haaks op elkaar staande greppels gevonden, maar door het ontbreken van dateerbare vondsten is niet bekend of ze inderdaad uit de tijd van de middeleeuwse ontginningen dateren. Gerard Raven

Uit 2003-2
Gerard Raven

T. Blekkenhorst, H. Renes en R. Rommes, Doorploegen. Gids voor historisch onderzoek naar het boerenbedrijf in de provincie Utrecht. Trajecten door Utrecht 8. Het Utrechts Archief en Stichting Stichtse Geschiedenis, Utrecht 2003. 64 pp, ISBN 90 76366 13 6, €5.
Eerdere delen uit de serie onderzoeksgidsen zijn hier steeds met enthousiasme besproken. Ze zijn toegankelijk geschreven en bieden toch een stevige basis voor je onderzoek. De beginner én de gevorderde vinden er handige tips.
Ook het agarische deeltje mag er zijn. Het volgt het bekende stramien van de serie. Eerst is er een overzicht van algemene archieven en literatuur, waarbij wordt aangegeven wat de beperkingen van die bronnen zijn. Dan volgen inleidingen over de verschillende soorten landschappen, de eigendomsverhoudingen, de gebouwen en een stukje geschiedenis van de landbouw, waarbij meer specifieke bronnen aan de orde komen.
In een gids als deze kan Hoogland nauwelijks genoemd worden. Het valt daarom mee dat er wel een artikel wordt vermeld over de malen van Hoogland (1989). De auteurs kennen echter niet het standaardwerk van Kees Dekker (2000). Op dezelfde manier is er wel een artikel van Jos Hilhorst over de Soester turfwinning (1998) en niet het boek dat hij daarna met zijn broer Jan over middeleeuws Soest schreef (2001). Deze boeken zijn al geruime tijd verschenen en staan keurig in de Utrechtse bibliografie www.library.uu.nl/sabine. Dit schoonheidsfoutje doet echter niets af aan de waarde van deze gids, die elke Hooglandse auteur in de kast zou moeten hebben.

Uit 2003-3
Gerard Raven

R. Diederiks en M. Cramer (red.), 'Boerderijen in Amersfoort,' Amersfoort Magazine 6:2 (sept 03).50 pp, ISSN 1387-570l.
De special voor Open Monumentendag 2003 wordt elk jaar gemaakt door Monumentenzorg Amersfoort. Ditmaal is deze gewijd aan de boerderijen in de huidige gemeente Amersfoort, naar aanleiding van 2003 Jaar van de Boerderij. Daaronder vallen ook de geannexeerde gebieden van Hoogland, Hoevelaken, Leusden en Soest. In een aantal door specialisten geschreven hoofdstukken lezen we over de boerderijen in het algemeen: het landschap en hoe je dat kunt 'lezen', opgravingen van prehistorische en middeleeuwse boerderijen, de Hooglandse malenhoeven, stadsboerderijen, de wederopbouwboerderijen met de gevelsteen 1940 en behoud/herbestemming van boerderijen in de nieuwbouwwijk Vathorst. Maar ook afzonderlijke Hooglandse boerderijen komen aan bod. Over Sneul en Vinkenhoef is eerder in dit blad gepubliceerd, maar Hoogerhorst en Laurenburgh niet; om die reden zijn deze gegevens overgenomen in dit nummer van De Bewaarsman. Heel interessant is de eerste lijst van boerderijen van monumentale waarde, opgesteld door de Stichting Historisch Boerderij-Onderzoek. De gegevens konden in dit bestek slechts summier zijn: adres, datering en huidige bestemming. Enkele bijzondere boerderijen worden nader toegelicht en afgebeeld, waaronder De Geer in Kattenbroek en enkele in Hoogland-West. Jammer is dat bij deze tussenrapportage de waardering in sterren nog niet kon worden meegenomen. De datering van Bosserdijk op 1875/1900 verrast me, omdat een inscriptie in de balkenlaag vermoedelijk van ca 1850 dateert; het is natuurlijk toch mogelijk dat de gevel iets recenter is.

P. van Cruyningen e.a., Het boerderijenboek (Waanders, Zwolle [2003]),448 pp, ISBN 90 400 8808 x, €14,50
De Stichting Historisch Boerderij-Onderzoek is ook op ander terrein actief geweest. Naar aanleiding van het Jaar van de Boerderij verscheen een prachtig en handzaam boek over alle aspecten van monumentale agrarische gebouwen. Vijf deskundigen beschrijven achtereenvolgens de bronnen voor het boerderij-onderzoek, de bouwkundige opzet, de regionale verscheidenheid (met 10 pagina's voor het hallenhuis in Utrecht en het Gooi), wonen en werken. Daarna volgen vaktermen en belangrijke literatuur. Het aardige is nu dat de teksten kort gehouden zijn; elke bladzijde heeft een typerende kleurenfoto met een bijschrift. Zo wordt dit een heerlijk kijkboek, waarbij je spelenderwijs de bedoelde inzichten opdoet. Een boek als dit kan slechts weinig zeggen over een bepaald dorp; een Hooglandse boerderij zal men hier dan ook vergeefs zoeken. Maar de principes zijn uiteraard zó toepasbaar, zoals blijkt uit de beschrijvingen in ons nieuwe boekje Een wereld van verschil. Zelf vind ik het laatste hoofdstuk over werken een heel welkome aanvulling, ook al ligt die misschien wat minder voor de hand. In andere boerderijenliteratuur wordt dit aspect immers vaak vergeten. Maar juist deze 66 pagina's geven een goed inzicht in de vele verschillende soorten werk in en rond de boerderij, zoals eggen, dorsen, vlastrekken, suikerbieten oogsten, hooiruiters maken, potstalmest bereiden, voer koken, melk in mouwen gieten of hout sprokkelen. Zulke eeuwenoude schilderijen en prenten en antieke foto's zijn voor boeren heel herkenbaar, maar voor veel stadsmensen nieuw.

I. Stroucken en J. Swanenberg (red.), Het verhaal van het boerenleven. Van boer naar agro-toeristisch ondernemer (Volkscultuur 16; Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Brabants Heem, Utrecht 2003),48 pp, ISBN 907184059 x, €8 R. Leopold, 1. Stroucken en A. van der Zeijden (red.), Het boerenerf als brand­punt van natuur, landschap en cultuurhistorie (Volkscultuur 13; Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Stichting Werkgroep Boerenerven, Utrecht 2001), 96 pp, ISBN 9071840506, €8
In 1995 verscheen T. Blekkenhorst (red.), Boerenerven in de provincie Utrecht. Eemland en Gelderse Vallei van de Boerderijenstichting Utrecht. Inmiddels is er een veel uitgebreidere handleiding verschenen, compleet met checklist. Beide publicaties passen in de zorg over het verdwijnen van historische erven en bieden praktische hulp bij herstel en nieuwe inrichting.
Tijdens het Jaar van de Boerderij ging erg veel aandacht naar de boerderij als monument. Daarom is een studiedag georganiseerd die juist naar de bewoners keek; de lezingen zijn vervolgens gebundeld als Het verhaal van het boerenleven. De waarde van dit algemene boek ligt in het feit dat tegenwoordig naar andere aspecten van de geschiedenis wordt gekeken dan vroeger. De auteurs kijken naar de grote veranderingen in het dagelijks leven tijdens de 20' eeuw, hoe verschillende boerderij typen zijn ontstaan en de visie van de boerin op werk en gezin. Tenslotte zijn zelfs twee hoofdstukken gewijd aan de opbloeiende waardering van de boerderij door de overhaaste stadsmens. Dat is een positieve ontwikkeling, maar er zijn ook schaduwzijden. Het eerste hoofdstuk gaat over de musealisering van het platteland, waarbij stadsmensen met romantische beelden boerderijen gaan bewonen en normale vernieuwingen tegen willen houden. Het erfgoed verschuift daarmee van betekenis. Bij hun reconstructie van de traditie past evenmin lawaai, stank of een vuile schuur als in openluchtmusea. Maar ook veel boeren doen hier aan mee door over te schakelen op toeristische boerderijen. Om een bezoek van stadsmensen spannend te maken leggen zij accenten en geven zo een nieuwe interpretatie aan het erfgoed. Het is leuk om als slothoofdstuk het verhaal van zo'n overschakeling in Deurne te lezen, wat aansluit bij de ervaringen van de Eemlandhoeve:

J. Huijgen e.a., Van dorpsboerderij tot 'Stadteland'. Tien jaar plattelandsvernieuwing vanuit de Eemlandhoeve (Eemlandhoeve, Bunschoten 2003) 78 pp, €15, (033) 299 92 00, www.eemlandhoeve.nl
[R. Dubbeldam e.a. (red.),] Buitengewoon. Diversiteit en emancipatie op het platteland [Expertisecentrum ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Wageningen 2001],124 pp, te bestellen (0317) 47 48 01 of balie@eclnv.agro.nl onder vermelding van bestelcode 20011024
Jan Huijgen heeft in 1993 de biologische boerderij Eemlandhoeve gebouwd. Deze is te vinden in polder De Haar, tot 1974 Hooglands grondgebied. Jan bruist van de ideeën om de huidige problemen van boeren om te zetten in nieuwe kansen. Eerst richtte hij Ark & Eemlandschap op, een vereniging die het contact en begrip tussen stadsbewoners en boeren wil bevorderen. De Eemlandhoeve is daarvan het centrum, de plek waar je als stadsmens of schoolklas het agrarische leven kunt verkennen. In september jl. volgde Stadteland, een coöperatie van boeren die groene diensten aanbieden. Daarbij valt te denken aan deskundigheid en opleidingen, investeringen en recreatiemogelijkheden.
Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Eemlandhoeve verscheen een prachtig boek met een historisch overzicht. Dit gaat zelfs terug tot Huijgens voorgeslacht in Bunschoten. Daarnaast aandacht voor de achtergronden van zijn visie. Het verhaal van de Eemlandhoeve is eerder samengevat in een hoofdstuk van het boek uit 2001, dat veel meer originele agrarische initiatiefnemers in Nederland aan het woord laat.

A. Davidse, G. Hilhorst en E. van Hamersveld, Hoogland rondom "DE MUZIEK". 75 jaar muziekvereniging St.Caecilia [St. Caecilia, Hoogland 2003], x+210 pp, ISBN 90 9017180 0, €25
In 1993 kreeg Hoogland een flinke stoot histórisch bewustzijn ingespoten. Hoogland, beelden die voorbijgaan verscheen, beter bekend als het Fotoboek. Ineens zagen dorpelingen en import foto's gebundeld die tevoren nauwelijks de moeite waard gevonden werden, omdat ze uit de jaren vijftig en zestig dateerden. Maar oudere foto's van Hoogland zijn schaars en zo ontstond het besef dat men zuinig moest zijn op die plaatjes. Tien jaar later komt één van de auteurs, Gerard Hilhorst, met een vergelijkbaar boek dat hopelijk net zo'n injectie zal geven. Alle echte Hooglanders weten wat je bedoelt als je het hebt over De Muziek. Omdat ik de drukproef mocht inzien kan ons blad ook dit nieuwe boek signaleren.
Zes jaar lang hebben Gerard en zijn collega Ed van Hamersveld stad en land afgelopen op zoek naar interessante foto's en verhalen. Journalist Atty Davidse nam vervolgens de vraaggesprekken af. Zij hadden niet later moeten beginnen, want intussen zijn verschillende muziekveteranen overleden. En er was nog maar één lid van het eerste uur, Jan Schoonderbeek.
In 1978 was al een jubileumboek verschenen van Wim van Middelaar, die heeft geput uit de oude notulenboeken. Dit gaf ruimte om het accent te verleggen, naar de herinneringen van de leden. Die pasten lang niet altijd in het stramien van een historische ontwikkeling in veertien hoofdstukken. Daarom is ervoor gekozen veteranen als Frans Pommer en. Wim Boersen aan het woord te laten in intermezzo's die hun hele tijdperk doorlopen. Men kan mopperen dat het boek nu grotendeels uit citaten bestaat, waardoor de vaste hand van de auteurs op de achtergrond is geraakt. Maar dit geeft het wel een vaart en persoonlijke kleur die het anders nooit zou hebben gehad. Samen met liefst 400 foto's met prima bijschriften zal elk lid dit boek met rode oortjes lezen, al was het maar om te zien waar hij of zij zelf en hun dierbaren staan afgebeeld of genoemd worden.
Als ik de recensie hier zou afbreken zou ik dit boek ernstig onrecht doen. Het is namelijk veel méér dan een boek over muzikanten. St. Caecilia was vroeger één van de weinige gelegenheden tot ontmoeting en ·ontspanning in het dorp, zoals geldt voor meer harmonieën. De vereniging was dan ook betrokken bij vrijwel elk Hooglands evenement. Kijk je dit boek door, dan kom je een groot deel van het dorpsleven tegen. Maar geregeld hebben de auteurs ook wat verder dan De Muziek gekeken. Zo zijn er foto's van het ambtsjubileum van burgemeester Van Boetzelaer in 1906, waarbij ook een harmonie in de optocht meeliep, van zangkoren, van de evacuatie van 1940 die een muziekloze bezettingstijd inluidde. Eigenlijk is dit boek dus een dorpsgeschiedenis in vraaggesprekken.
Natuurlijk is de harmoniegeschiedenis hiermee nog niet compleet. De auteurs zijn met enkele vragen blijven zitten die onze leden misschien kunnen beantwoorden. Helaas is het oude archief zoekgeraakt, zelfs de oprichtingsakte; wie weet waar deze stukken nu zijn? Op enkele foto's zijn verkenners te zien; had Hoogland vóór de annexatie al een eigen scoutinggroep? (Het huidige Soekwa komt uit het Soesterkwartier in Amersfoort.) En wie heeft nog een wikkel van de chocoladerepen die in 1968 werden verkocht voor de reis naar Erpel (Duitsland)?

S. van Grinsven e.a., 'Aan de slag met het onderwijs!' Handleiding voor historische verenigingen om samen te werken met het onderwijs (Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Erfgoed Actueel, Utrecht 2003) 47 pp, ISBN 90 71840 60 3, €3
Enkele jaren heeft ons bestuurslid An Verheul op persoonlijke titel verhalen over oud Hoogland verteld op een basisschool. Het was even wennen, maar ook een groot succes. De Historische Kring Hoogland was en is zelf nog niet klaar voor zo'n initiatief en daar is niets vreemds aan. De meeste historische verenigingen in Nederland schrikken hiervoor terug. De onderwijswereld staat ver af van die van henzelf en ze zijn bang voor de vele energie die het kost. Dat is goed gezien. Maar er staat ook heel veel tegenover, vooral het enthousiasme van de kinderen.
Dit boek bestaat uit twee delen. Eerst worden de ervaringen van eerdere projecten gepresenteerd. Daarbij veel voorbeelden, waarvan twee nader zijn uitgewerkt; naast het verhalenvertellen ook het vergelijken van een oude foto met de situatie nu. Dat kan heel eenvoudig, maar ook met prachtige onderwijsmodules op pc. Het tweede deel is een praktische handleiding, die helpt bij een grondige voorbereiding en goede procesgang.

Redactie, 'Transcriptie van extract koopconditie,' Van Zoys tot Soest 24:1 (zomer 2003) 24-28
Onder deze wel heel cryptische titel hebben onze Soester collega's een afschrift van een koopcontract uit 1804 gepubliceerd. Het bevindt zich in de collectie van de Historische Vereniging Soest. Gijsbert Jansz Hamersveld is op 17 december 1803 overleden. Hij heeft twee stukken wei- en hooiland nagelaten van elk 9 dammaten in De Slaag (nu Hoogland-West), grenzend aan Hamelenberg. Deze worden publiek geveild in het rechthuis van Hoogland, het café van kastelein Teunis van de Vathorst (nu De Noot aan de Hamseweg). Het eerste stuk land wordt gekocht door Wouter Hendriksz van Butzelaar voor fl 1625. Het andere wordt in dit docu­ment overgeslagen, omdat iemand anders het kocht. Kennelijk was dit document dus het afschrift voor Wouter.



 
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu