2004 - Historische Kring Hoogland

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

2004

Publicatie's > Boekbesprekingen
 
 
 
 
Uit 2004-1
Gerard Raven

J. Verduin, Middeleeuws Leusden in bisschoppelijke rekeningen (Fonds Publicaties Geschiedenis Leusden 3, 2003), 102 pp, ISBN 908025732 x, €15 in de boekhandel, €12,50 voor onze leden (via Gijs Hilhorst, 455 08 68, ook de vorige delen).
Met korte tussenpozen zijn drie prachtige boeken verschenen over de Leusdense geschiedenis, over Middeleeuwse boerderijen, de katholieke kerk en nu dit boek. De opzet van een publicatiefonds is dus een gelukkige zet geweest van de Historische Kring Leusden.
Dit nieuwe boek van Jan Verduin is een vervolg (en waar nodig herhaling) van zijn vorige deel over boerderijen. Op dezelfde manier krijgen we nu een beeld van de mens en zijn relaties met het bestuur, zijn rechten en plichten. Verduin heeft hiervoor een aantal rekeningen uit de jaren 1328-1420 bestudeerd. Deze zijn opgesteld door de bisschoppelijke rentmeesters en de schout van Amersfoort en Eemland, Arnoud van Ijsselstein (eens de bezitter van Bosserdijk). De passages die betrekking hebben op Leusden zijn overgenomen en in hun context geplaatst. Vooral de boeten die Arnoud oplegde geven een kleurrijk beeld van die tijd. Omdat Hoogland destijds kerkelijk onder Leusden viel zou je verwachten dat ook de Hooglandse bewoners in dit boek terugkomen. Deze hadden echter niet Verduins aandacht, zodat niet alle vermeldingen van rond 1330 die ik zelf in de rekeningen heb gezien hier terug te vinden zijn. Verduin noemt er nu twee van. De kinderen van Willekijn uit Coelhorst hadden een wagentuig gestolen (boete f4). De boeren van Duist loosden water op het land van hun buren en groeven zonder toestemming een afwateringssloot (f96).
Dit boek is opnieuw een prachtige inleiding wie zich echt in dit onderwerp wil verdiepen en er eventueel zelf onderzoek naar wil doen. De middeleeuwse citaten zijn echter niet eenvoudig te begrijpen (vandaar de toelichting) en dat roept de vraag op waarom er geen lopend verhaal van gemaakt is. De bronnen zelf waren immers al gepubliceerd in wetenschappelijke edities. Ook het veelvuldig gebruik van vet in de tekst vind ik zelf niet erg overzichtelijk. Maar dat is nu eenmaal de keuze van de auteur geweest. Het boek is een lust om door te kijken door de duidelijke kaarten, leuke miniaturen (met keurige bronvermelding) en moderne foto's van boerderijen.

G. Boekenoogen, 'Wegwijzers naar de tabaksplanterijen, , De Kroniek. Nieuwsbrief Historisch Amersfoort 5:4 (december 2003) 10-12
Gideon Boekenoogen heeft de digitale ingang op notariële akten in de Gemeentelijke Archiefdienst van 1700-1900 op een creatieve manier benut. Hij lokaliseert 70% van de tabakslanderijen (195 vermeldingen) en -schuren (104) in de huidige wijken Kruiskamp en Liendert. Dit gebied behoorde toen deels tot Hoogland. Op het afgebeelde kaartje zijn ook nog enkele te zien in westelijker gebied; dat in het noorden is helaas niet te zien.

J.A. Brongers, 'Met Pieter Pypers op stap langs de Amersfoortse Lustwarande,' Flehite. Historisch jaarboek voor Amersfoort en omstreken 4 (2003) 67-91
De Amersfoortse dichter Pieter Pijpers publiceerde in 1803 een beschrijvend gedicht, Eemlands tempe. Het gaat hoofdzakelijk over tuinen in Eemland. Ayolt Brongers heeft deze voor het eerst eens tesamen beschreven. Negen van de 31 plekken lagen in Hoogland: Coelhorst, Emiclaer, Hoog en Wel, Hoogerhorst, Krachtwijk, Schoonoord, Schothorst, Sluisdijk en Vinkenhoef. Bij elk daarvan geeft Brongers een aantal gegevens, die meestal betrekking hebben op het huis omdat er over de tuin weinig informatie te vinden was. Deze gegevens had de Historische Kring Hoogland op eenvoudige wijze kunnen aanvullen, maar belangrijker is het dat er enkele onduidelijkheden en foutjes ingeslopen zijn. Het huis Emiclaer is in 1749 met de heerlijkheid (Langenoord en) Emiclaer in leen gegeven aan Everard Wittert, maar zijn vader Adriaan had deze al in 1738 gekocht van Maria Foeyt. Wel overleed Maria nog in 1746 in het huis. Hoog en Wel lag niet in Bovenduist, maar in De Hoef. Schoonoord wordt door de auteur gelokaliseerd in Baarn, maar hij signaleert nog een ander Schoonoord 8 km ten westen van Amersfoort aan de grote weg naar Amsterdam. Die weg liep blijkens Flehite 3:4 (oktober 1970) 6 over Soest, Soestdijk en Lage Vuursche, dus misschien gaat het toch om hetzelfde huis. Maar op het kaartje plaatst Brongers het huis in Hoogland, waar zich inderdaad boerderij Schoonoord bevond. Ik heb de Tempe er nog eens op nageslagen en geconstateerd dat de wandeling van Pijpers wel degelijk door Hoogland voert. Het kaartje is dus juist.
G. Raven, 'De herontdekking van malenhoeve Ten Bosch. Het Hooglandse goederenbezit van het kapittel van Sint Pieter en de rol van Amersfoortse regentenfamilies 1280-1650. Deel 1,' Flehite. Historisch jaarboek voor Amersfoort en omstreken 4 (2003) 34-66
Na de verschijning van twee series artikelen over Ten Bosch of Bosserdijk in De Bewaarsman van 1997 en 2000-2002 bleek er nog veel meer te vinden in Het Utrechts Archief. De jaarrekeningen van het kapittel van Sint Pieter te Utrecht (de eigenaar) boden een verrassend compleet beeld van de geschiedenis. Hiermee kon met name de 15e eeuw beter belicht worden, die tot dusver grotendeels ontbrak. Juist in die tijd zijn de uitsplitsingen van de landerijen energiek doorgezet.
Maar het kapittelarchief biedt voor Ten Bosch nog meer onwaarschijnlijk mooie bronnen, zelfs over de vroege periode waaruit we van andere boerderijen in de regio vrijwel niets weten. De families op Bosserdijk waren ook in het begin al langer dan een eeuw aanwezig. Dit is een goede illustratie van de overweldigende continuïteit van het boerenbestaan. Het is ook een fraaie genealogische bron. Daarnaast krijgen we zicht op de voortgaande ontginning en op de overheersende invloed van geestelijke instellingen en regenten uit Amersfoort en Utrecht.
In dit eerste deel is Bosserdijk beschreven; de in 1329 afgesplitste malenhoeve Klein Emiclaer en andere afgedwaalde landerijen en malenrenten komen volgend jaar aan bod.
Hiermee is Ten Bosch de best gedocumenteerde malenhoeve van Hoogland en één van de beste uit Eemland. Hopelijk stimuleert dit anderen om de rekeningen van geestelijke instellingen ook te bekijken. Doorgaans is nooit verder gekeken dan het archief van de Sint-Paulusabdij, dat pas vanaf 1380 gegevens over afzonderlijke boerderijen bevat.

Uit 2004-2
Gerard Raven

J. van Burgsteden, 'De eerste verenigingen van Achterveld,' Leusden Toen 19 (2003) 631-633 De bouwpastoor van Hooglanderveen was Stephan ]oseph Brenninkmeijer. Hij kwam al uitgebreid aan bod als gangmaker van het dorpsleven in ons vorig jaar verschenen boekje Een wereld van verschil. Daar werd vermeld dat hij van 1908 tot 1916 kapelaan te Hilversum was, en dat hij in 1901-1908 in Achterveld stond. Ook daar zat hij al niet stil: hij heeft de eerste katholieke verenigingen opgericht. Het Kruisverbond en de Maria-vereniging waren de mannen- en vrouwen vereniging tegen drankmisbruik. In feite was het werkterrein breder, want al snel was er ook een toneelvereniging die de geheelonthouders op uitvoeringen trakteerde. Natuurlijk moesten er clubs bij voor kinderen met hun moeders, voor jongens die hun eerste communie hadden gedaan en een bibliotheek. Uiteraard was de kapelaan of zijn pastoor bij elke bijeenkomst present. In korte tijd werd zo het katholieke verenigingsleven uit de grond gestampt. Hooglanderveen kreeg dus een zeer ervaren organisator toebedeeld, die ook hier een rijk rooms leven vormgaf.

D.T. Koen en J. Renes, Wegwijzer. Gids voor het onderzoek naar verkeer en vervoer in de provincie Utrecht (Trajecten door Utrecht 7, Het Utrechts Archief/Stichting Stichtse Geschiedenis, Utrecht 2003) €11,25, te bestellen via www.hetutrechtsarchief.nl of (030) 286 66 11

F. Vogelzang, De Staten in stukken. Gids voor historisch onderzoek naar het Provinciaal Bestuur van Utrecht na 1813 (Trajecten door Utrecht 9, Het Utrechts Archief/Stichting Stichtse Geschiedenis, Utrecht 2003) €6,75, te bestellen als boven.

M. Heurneman en F. Vogelzang, 'Kilometers papier doorgebladerd. Overdracht van het provincie archief naar Het Utrechts Archief,' GM2. Erfgoedblad van Utrecht 3:4 (winter 2003) 18-19

Ziekte en gezondheid in de provincie Utrecht in de 19de en 20ste eeuw, Bronnenpakket voor 4-6 havo/vwo op www.hetutrechtsarchief.nl. Vorig jaar is het provinciale archief over 1920-1989 overgedragen aan Het Utrechts Archief. De onderzoeker naar de Hooglandse geschiedenis zal vroeg of laat niet om deze belangrijke bron heen kunnen. Hierin vindt men bijvoorbeeld veel over onderwerpen die in het gemeentearchief Hoogland niet (meer) terug te vinden zijn, zoals de aanpak van epidemieën. De nieuwe onderzoeksgids is daarbij opnieuw een onmisbaar gereedschap.

Het Erfgoedhuis Utrecht heeft hieruit ook een leuk pakket van vijftig bronnen gemaakt, dat op internet staat. Hierin vond ik een brief van de burgemeester van Hoogland uit 1832, die meldde dat tot dan toe een meisje van 16 het enige slachtoffer van de cholera-epidemie was en ook was overleden. Een statistiek van 1866 geeft aan dat er opnieuw iemand is overleden aan die ziekte. In dit en andere pakketten op deze pagina wordt bovendien helder uitgelegd hoe je een historisch onderzoek aanpakt.

Uit 2004-3
Gerard Raven
J. Huijgen en B. Pijnenburg (red.), Trots op ons Eemlandschap! Samen werken aan agrarisch natuurbeheer. Jubileumbundel vijf jaar Ark & Eemlandschap 1999-2004 (Ark & Eemlandschap, Bunschoten 2004), 80 pp en losse kaart, €12,50 bij de Eemlandhoeve, Bisschopsweg Sb, Bunschoten, (033) 299 92 00
Na mijn Eemlandse artikel kan ik moeiteloos door met twee boeken die een al even bovendorpse visie hebben. Het eerste begint met een interessante aanzet tot de geschiedschrijving van Eemland. De vorming van het landschap is door natuurhistorici altijd over een groter gebied bekeken, maar verder moesten we het tot dusver doen met De Eemlandtsche leege landen van Kees Dekker en Margriet Mijnssen (1995). Willem Ruizendaal heeft daaraan een interessant artikel 'De vroege geschiedenis van Eemland' toegevoegd. Daarin komt voor het eerst een serie zelfgemaakte gekleurde kaarten voor, die samen een prachtige historische miniatlas vormen. Juist zulke kaarten maken de geschiedenis ineens veel duidelijker en toegankelijker voor een breed publiek, zoals eerder al bleek bij de Geschiedenis van de provincie Utrecht. Ruizendaal presenteert enkele middeleeuwse 'helden' als graaf Wichman en bisschop Sint Ansfried als personen die ons een nieuw gevoel van Eemlanderschap zouden kunnen geven. Dit artikel smaakt naar meer, naar een Eemlandse geschiedenis die ook de prehistorie en de latere geschiedenis in kaart brengt.
Drie andere bijdragen gaan over vijf jaar Ark en Eemlandschap (een samenwerkingsverband tussen boeren en burgers), agrarisch natuurbeheer in dit gebied en de toekomst. Dat in deze bundel zoveel ruimte aan de geschiedenis wordt gegeven is een bemoedigend signaal dat natuur- en cultuur beheerders elkaar steeds beter weten te vinden.

B. Rietberg, De Grebbelinie. Een cultuurhistorische gids (Matrijs, [Utrecht 2004]), 188 pp., isbn 90 5345 253 2, €14,95
Vier jaar geleden maakte de Historische Kring Hoogland een geweldig leuke wandeling over de liniedijk, van Coelhorst naar Hoogerhorst. Normaal is het gedeelte tot de Malesluis gesloten, maar onder begeleiding van iemand van Natuurmonumenten kregen we heel wat te zien. Natuur en cultuur. Wel een bijzonder soort cultuur: waterbeheersing en defensie. Nog steeds staan de drakentanden (betonnen palen) en kazematten (bunkers) eenzaam op wacht voor een vijand die nooit gekomen is. Eeuwen is er over de verdediging van deze Utrechtse waterlinie gesteggeld, maar eerst moest Amersfoort in 1629 en 1672 onder Spaanse en Franse troepen zuchten eer er wat gebeurde. Heel langzaam kwamen de plannen toen uit. Bert Rietberg maakte een mooie gids met een historisch overzicht en daarna de verschillende plekken, compleet met kleurenfoto's en kaartjes. Hij meldt dat het liniedeel in Hoogland pas in 1785-'86 is aangelegd. Dat is dus een correctie op ons boekje Hoogland-West; in 1745-'46 kwam alleen het deel tussen Amersfoort en Rhenen af. Hij heeft echter niet duidelijk gemaakt dat de linie voor een groot deel is opgebouwd uit al bestaande werken, zoals de 14e-eeuwse Vudijk en de Coelhorsterkade van 1410. Dit waren dwarsdijken, die de drie noordelijkste inundatiekommen moesten scheiden omdat er 7m verschil is in het waterpeil tussen Rijn en IJsselmeer. Nieuw waren wel het Werk bij Krachtwijk en het Werk aan de Glashut; deze zijn pas in 1799 aangelegd in opdracht van nieuwe Franse troepen. De eerste is een verschansing op de Hoogerhorsterweg en de tweede ligt bij de jachthaven, waar de weg nog steeds De Schans heet. Deze schans tussen de kronkelende Oude Eem en de huidige Eem zou een leuke nieuwe excursie kunnen opleveren, nu hier door de ziekenhuisbouw een groen eiland is gepland.
In 1939-'40 was het opnieuw een druk gegraaf en geratel van betonmolens, maar in tegenstelling tot de zuidelijke helft van de linie hebben de soldaten hier geen schot gelost. Helaas hadden zij wél talloze boerderijen en huis Coelhorst verwoest. De linie liep ook in het deel van Hoogland dat in 1940 geannexeerd is door Amersfoort: bij de Ringweg Koppel is veel afgegraven, maar bij Kwekersweg en Hooglandsedijk is onlangs het moerasgebied in ere hersteld. En de provincie gaat de komende tijd nog meer doen om de Grebbelinie te behouden: de VVV's hebben al een folder en volgend jaar komen er een schoolproject, nieuwe infoborden en vier infopunten waar een dvd te zien is (info provincie: Inge Huisinga (030) 2582444).

[B. van der Kruk (red.),] De kerk die er niet zou komen. Tien jaar Het Brandpunt in Amersfoort-Noord [Amersfoort 2004], 28 pp, €5 bij Het Brandpunt, Laan naar Emiclaer 101, Amersfoort, (033) 455 46 66
"In dit boekje leest u wat al die mensen er zochten en vonden. We vertellen dat verhaal aan de hand van de doopvont, het Mariabeeld en andere zichtbare elementen in de kerk. Een impressie is het, meer niet. Dus geen officiële geschiedschrijving." Net als de Bijlmer bleek Kattenbroek alsnog behoefte te hebben aan een eigen kerkgebouw, dat tien jaar geleden is geopend. Hervormden, gereformeerden en rooms-katholieken vonden er een oecumenisch thuis, gesymboliseerd door drie over elkaar vallende daken. Inderdaad is dit een aansprekende bundel impressies geworden, vol citaten, beeldende foto's en tenslotte toch vier historische en twee toekomstpagina's.

Kaarten en foto's bij de Archiefdienst De eerste 1300 kaarten van de Archiefdienst, het Waterschap Vallei en Eem en Museum Flehite uit de periode 1562-1985 zijn nu te zien op www.amersfoort.nl/archiefdienst/collecties. Men kan zoeken op naam van een gemeente of een watergang, op naam van de vervaardiger, op periode of op het type kaart. Ook een combinatie van zoektermen is mogelijk. 45 exemplaren betreffen Hoogland. Eerder stonden in dit blad de landmeterskaart van De Oude Hoef uit 1596 en de bekende polderkaart van 1666. Maar men vindt nu ook tekeningen van watergangen, de eerste kadasterkaarten en topografische kaarten.



 
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu