2005 - Historische Kring Hoogland

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

2005

Publicatie's > Boekbesprekingen
 
 
 
 
Uit 2005-2GERARD RAVEN

A. Schuurman en R. Hoegen, Vathorst. Een nieuw stadsdeel in Amersfoort. Een wereld van verschil in ontwikkeling 1995-2005 (Ontwikkelingsbedrijf Vathorst Beheer, [Amersfoort 2005]), 176 pp, isbn 90 8054872 3, €29,50
Het Ontwikkelingsbedrijf Vathorst bestaat alweer tien jaar. Naar aanleiding daarvan kwam dit kleurige boek uit; een goed teken van historisch besef van het OBV. Het bevat tien pagina's historisch overzicht van de voorgaande geschiedenis van het gebied, mede gebaseerd op het boekje Een wereld van verschil dat de Historische Kring Hoogland twee jaar geleden maakte met financiële steun van het OBV. Daarna verschuift de aandacht naar de stadsuitbreidingen van Amersfoort en de groeistadperiode. In zes pagina's komt de rol die Hooglanderveen hierbij speelde aan bod. De toenmalige opponenten Sjoerd Geurtz (Belangenvereniging Hooglanderveen) en Ruud Luchtenveld (wethouder Ruimtelijke Ordening) kijken nuchter terug op de spanningen van toen: "Viel eigenlijk wel mee, ... want eigenlijk wilden we, gegeven het onweerlegbare feit dat de wijk er tóch zou komen, allebei hetzelfde: zoveel mogelijk kwaliteit behouden voor het oude dorp." Daarna uiteraard veel aandacht voor het wel en wee van de opbouw van de Vinex-locatie zelf. Vergeleken met eerdere boeken over nieuwbouwwijken is dit boek een wonder van diepgang, terwijl het koffietafelboekeffect evengoed is bereikt. Een rijk bezit voor bewoners én andere belangstellenden.

J.L. Bloemhof en J. van der Spek, Amersfoort '40-'45 (Bekking, Amersfoort [2005]), 184 pp, isbn 90 6109 5840, €19,95 In 1990 en 1995 schreef JooP Bloemhof onder dezelfde titel twee delen over de Tweede Wereldoorlog. In het tweede stond een artikel van 30 bladzijden over Hoogland. Nu is een herziene versie verschenen van Joost van der Spek, die de twee delen in elkaar heeft geschoven en intussen opgedane inzichten heeft verwerkt. Het boek is geheel opnieuw geïllustreerd met materiaal uit de collecties van Archief Eemland en Museum Flehite.

In het decembernummer heb ik in deze rubriek aangekondigd dat de VVV's de folder De Grebbelinie, van verdediging naar bescherming in de verkoop hebben. Intussen heb ik er een kunnen vinden. De kwaliteit is zoals we van de provinciefolders over erfgoed gewend zijn. De kaart is duidelijker dan andere brochures die ik gezien heb, heeft veel kleurenfoto's en op de andere zijde een korte geschiedenis. Met wandel- en fietstips. Half augustus verschijnt ook de fortenmaandfolder en half mei de tuinenmaandfolder. Gratis bij Utrecht Toerisme & Recreatie, (030) 234 73 88, h.vanmuiien@u-tr.nl, www.utrechttoe­risme.nl.

R. Blijdenstijn, Tastbare tijd. Cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht (provincie Utrecht/PlanPlan producties, Utrecht/Amsterdam 2005), 320 pp, isb 90 76092 40 0, €29,50.
Gedeputeerde Jan van Bergen van Cultuur wil het historisch besef en de regionale kennis van de Utrechtse burgers en beleidsmakers stimuleren. Hij kon geen betere keus gemaakt hebben dan de uitgave van deze atlas. Dit fraaie boek zal zeker bijdragen tot het behoud van het Utrechtse culturele en landschappelijke erfgoed in het gemeentelijk beleid, binnen de kaders van de provinciale nota ruimtelijke ordening (2003) en de nieuwe streekplannen.

Een atlas dus. Inderdaad zijn de nieuwe historische kaartjes en de overzichtskaarten van waardevol erfgoed een belangrijke stap voorwaarts, vergelijkbaar met die voor de Middeleeuwen van Arie Ruizendaal in het boekje Trots op ons Eemlandschapl, besproken in het decembernummer. Hier zit veel onderzoekstijd in. Heel handig is dat achter elk kaartje de huidige lijnen zijn weergegeven. Auteur Roland Blijdenstijn geeft zelf al aan dat de oudste periode (tot 1000) de minst zekere gegevens bevat. Wat het voormalige Hoogland betreft valt dat mee, al vraag ik mij af welke nederzetting hij kan bedoelen aan de latere Zeldertseweg. In ieder geval zal dit voer zijn voor nieuwe discussies en een aanzet tot een historische atlas van Eemland, die ik nu nog erg mis.
Maar dit boek biedt veel meer dan alleen kaarten. Het bevat ook een kort historisch overzicht van de provincie, artikelen over de verdedigingslinies en de regio's, een samenvatting van de cultuurhistorische hoofdstructuur (de belangrijkste monumenten en landschapselementen) en een visie op het behoud ervan, compleet met de beleidsvoornemens van de provincie.
De regio Eemland komt apart aan de orde op pagina's 258-277, in dit geval opgevat als de polders ten noorden van Amersfoort (het Gewest Eemland, dat tevens het werkgebied is van Museum Flehite en Archief Eemland, loopt tot en met Woudenberg en Leusden). Tot de hoofdstructuur van het voormalige Hoogland worden hier gerekend: de boerderijlinten in Hoogland-West, Vathorst/Hooglanderveen en Zevenhuizen; het landgoed Schothorst, de archeologisch waardevolle dekzandrug het Hogeland, de Eem, de doorgaande wegen en tenslotte de Grebbelinie met de Vudijk en de Coelhorsterkade en de tussenliggende aardwerken. Het historisch overzicht van Eemland is uit de aard der zaak beknopt en niet nieuw. Het verbaast wel dat de recente literatuur over de ontginningen niet is geraadpleegd. Mede daardoor worden de Hooglandse blokverka velingen uit 1000-1200 en de rol van de Malen daarbij vergeten. Maar als dat nu het enige is ...Het is een waar genot om door dit boek vol prachtige (lucht)foto's te bladeren en erin te lezen. Een rijk bezit en prima cadeautipI

D. Kok, R. Kok en F. Vogelzang (red.), Archeologische Kroniek Provincie Utrecht 2002-2003 [Provincie Utrecht en Stichting Publicaties Oud-Utrecht, Utrecht 2004], 368 pp, ill, issn 1386-8527, gratis voor leden van de Vereniging Oud-Utrecht, voor €7,50 plus €3 porti te bestellen bij de SPOU, (030) 234 38 80 of spou@erfgoed-utrecht.nl.
Ditmaal aandacht voor de Van Beeklaan in Hooglanderveen, waar een nieuwbouwwijkje verrees maar door zandwinning in de jaren vijftig en zestig alle archeologische sporen al waren verdwenen. Sinds 1999 wordt er gegraven in Vathorst, waar zich hetzelfde probleem voordoet. Eerder werd in deze kroniek 1998-1999 en 2000-2001 bericht over vondsten uit de Midden-Steentijd; nu werd gekeken langs de Heideweg, waar niets interessants werd aangetroffen. Ook het tracé van de Perswaterleiding Amersfoort-Bunschoten langs de Eem leverde geen resultaten op.

G. van Leeuwen, Wandelen door de geschiedenis van Leusden [Historische Kring Leusden 2004], 100 pp, ill, isbn 90 802573 3 8, €15 in de boekhandel, €12,50 via onze secretaris.
Dit is een leuke bundeling van artikelen die in 1985-1988 in de Leusder Krant verschenen. Wie een wandeling in Leusden wil maken kan aan de hand van de duidelijke kaart zelf zijn route samenstellen. Bij de artikelen over gebeurtenissen, gebouwen en deelgebieden hebben Goos van Leeuwen en zijn broer tekeningen gemaakt. Veel parallellen met de Hooglandse geschiedenis, weinig over de relaties tussen de twee gemeenten.

De Nederlandse Genealogische Vereniging heeft zo'n honderd internetpagina's van de archieven kritisch onderzocht. De conclusies waren verbijsterend: de meeste web sites zijn slecht leesbaar, over het algemeen niet geschikt voor meer dan één bladerprogramma, incomplete of ontbrekende bezoekersinformatie inclusief openingsuren, verouderde nieuwspagina 's, het ontbreken van een zoekhandleiding, onvoldoende zoekmogelijkheden en het ontbreken van bestelmogelijkheden. Kortom, volgens de NGV is er nog veel te doen aan de websites van het Nederlandse archiefwezen. www.ngv.nl.secretaris@computergenealogie.ngv.nl

Uit 2005-3
GERARD RAVEN

G.J.M. Derks, H.A. van Hees, A.W.K. van 't Klooster en L.F. van der Linden, Van 't Klooster en Van Klooster door de eeuwen heen (Eemnes­Hoogland-Soest 2005), 160 pp, iU, €2,50 bij Nico van den Hengel (033) 257 15 62 en Toon van 't Klooster (033) 480 15 60
Dit is een fraai voorbeeld van samenwerking op genealogisch gebied over de dorpsgrenzen heen. De familie ontleent haar naam aan de door haar gepachte boerderij 't Klooster In Soest, die ooit bij het vijftiende-eeuws klooster Mariënburg hoorde. De eerste achterhaalde voorouders op die boerderij zijn Jan Hendriksz (zoon van Hendrik Jansz) en Geert je Hendriks, die er kort na 1600 woonden. Daarna waaierde de familie uit over Soest, Eemnes en Hoogland. De twee Hooglandse takken hebben samen zestien pagina's gekregen en beginnen bij Johannes Gerbrandsz (1747-1828) op Hoogerhorst en zijn neef Gerbrand Cornelisz (1766-1834). Van die neef is het nageslacht uitgestorven. De generaties geboren ná begin 20e eeuw zijn uit ruimte overwegingen niet opgenomen.
De auteurs hebben hun best gedaan extra archiefbronnen, familieverhalen, bidprentjes en foto's op te sporen en besteden ook aandacht aan de bouwgeschiedenis van de bewoonde boerderijen. Zo wordt dit een 'aangeklede' genealogie. We vinden de Van 't Kloosters bijvoorbeeld op Breevoort, Klein Breevoort, De Pol en Langenoord. Tot de aardigste foto's horen wel die waarop familieleden vóór die boerderijen zijn afgebeeld.
Daarmee waren de auteurs echter nog niet tevreden. Er zijn een aantal toegiften: extra hoofdstukken over familieleden buiten Eemland en in een Drentse kolonie van de Maatschappij van Weldadigheid. Handige stamboomoverzichten maken dit tot een heel geslaagd boek. De bronnen worden (erg) globaal aangeduid op een aparte pagina. Er ontbreekt een naamregister. Bovendien houden Museum Oud Soest en de Oudheidkamer Eemnes dit najaar tentoonstellingen over deze uitgebreide familie. Soest is geopend zaterdag en zondag 13.30-17 uur (deze expo tot 1 februari) en Eemnes zaterdag 14-16 uur (tot begin april).
E.L.W. Pasker, Genealogie Pasker [Hoogland 2005], 240 pp, ill, isbn 90 9017324 2, €20 bij de auteur, (033) 455 22 97 Komen de Paskers uit Polen? Nee, kan Erik Pasker nu vaststellen, uit Gelderland. De eerste bekende Gelderse voorouder is Jan te Passche (ca 1670-?) te Lievelde. In 1788 vinden we kleermaker Jan Pasker als eerste in Hoogland, waar hij Gijsbertje Mees van der Heijden ontmoette en in Hoevelaken trouwde. De auteur heeft zich er niet makkelijk vanaf gemaakt. Hij vult zestig pagina's met een historische inleiding, honderd met de genealogie zelf (tot het heden) en sluit af met meer historische hoofdstukken als tweelingen, grondbezit en emigranten. Ook hier dus een prachtig aangeklede genealogie. Tenslotte een handig namenregister. De vele familiefoto's (ook hier soms vóór de boerderij) maken dit tot een bladergenot. Merkwaardig is het gebruik van nootcijfers door elkaar als verwijzing naar de geraadpleegde literatuur, terwijl geraadpleegde archiefbronnen tussen haakjes in de lopende tekst staan. Maar als dat nou het enige is ...
A.A. Manten, 'Nieuw Nederland en zijn Breuckelen, 1609-1664', Tijdschrift Historische Kring Breukelen 20 (2005) 129-176
Wolfert Gerritsz van Kouwenhoven is waarschijnlijk geboren op Kouwenhoven in Hoogland. Hij ging in 1624 met zijn gezin van Amersfoort naar Nieuw-Nederland. Arie Manten nam de familiegegevens over van Marcel Kemp, die in 1998 ook in dit blad zijn gepubliceerd. Kemp en Manten gaan beiden ook in op het boerenleven van Wolferts familie in Nieuw-Amsterdam, aan de bovenloop van de Hudson en tenslotte in Nieuw-Breukelen op het Lange Eiland (Long Island). Van Kouwenhoven had vermoedelijk geen rol in de keuze van de namen van de dorpen Amersfoort (nu Flatlands), Breukelen (Brooklyn) en Utrecht die vanaf 1636 op dat eiland gesticht werden, oorspronkelijk met Nieuw- vóór de namen. Ten opzichte van Nieuw Amsterdam liggen de drie nederzettingen geografisch precies zó als de plaatsen waarnaar ze zijn vernoemd! Manten maakt aannemelijk dat de vernoeming een heimelijke huldeblijk is geweest aan Johan van Oldenbarnevelt, die in Amersfoort was geboren, in Utrecht had gewoond en in Breukelen het buiten Gunterstein bezat. (Hij had overigens ook veel bezittingen in Hoogland.)

M. Zeilmaker, Op zoek naar het historisch interieur. Handleiding voor onderzoek naar de materiële cultuur (Zoekreeks 2, Erfgoedhuizen Noord- en Zuid-Holland en UtrechtNetloren, Hilversum 2005), 64 pp, ill, isbn 90 6550 834 1, €9
Naast de handige onderzoeksgidsen die het Erfgoedhuis Utrecht publiceert in samenwerking met het Utrechts Archief (eerder besproken in dit blad) verschijnt een tweede serie. Daarin verschenen van de hand van Kees van der Wiel al deel lover huizenonderzoek en deel 3 over biografisch speurwerk. De verbindende schakel is dit leuke boekje over het huisraad. Sommige families zijn zo gelukkig dat zij nog beschikken over erfstukken, maar anders zal het archieven raadplegen worden of aankloppen bij musea. Deze gids helpt je op weg en bespreekt de aard van elke bron, met name de boedelinventaris. Juist zo'n document is ook voor minder welgestelde families vaak te vinden. Daarnaast is er een handig overzicht van de geschiedenis van de materiële cultuur sinds 1400, waarbij vooral het gedeelte over het platteland interessant is voor Hoogland. Wel verbaast mij dat in de paragraaf over de stadshuizen allerlei concrete voorwerpen genoemd worden, terwijl van boerderijen alleen de ontwikkeling in de bouw en indeling wordt gegeven. Er was genoeg te zeggen over boerenmeubels, stookgerei, gereedschappen en tegels (die wel voorkomen op een foto van een kaarsnis). Niettemin opnieuw een geslaagd en smaakvol vormgegeven boekje met verhelderende foto's.

'U vraagt', Kroniek. Tijdschrift Historisch Amersfoort 7:3 en 4 (sept en dec 2005)
Zou het toeval zijn dat de eerste twee lezersvragen in de Kroniek Hooglandse onderwerpen betreffen? Wim de Wilde vroeg hoe je Emiclaer uitspreekt. In de Middeleeuwen werd aa als ae geschreven; de gemeente had dus beter de spel­ling Emiklaar kunnen hanteren.

Piet Smink vraagt wanneer de voormalige buitenplaats Rozendaal is afgebroken. Het herenhuis lag recht tegenover de bijbehorende en nog bestaande boerderij Rozendaal aan de Calveenseweg 12. Piet heeft als kind nog op de gracht van het herenhuis geschaatst. Gijs Hilhorst meldt dat de eerst bekende eigenaar Samuel Padtbrugge was, die het herenhuis in 1731 bewoonde en de boerderij verpachtte. Vier jaar later was de eigenaar-bewoner Arnold Franciscus van Rosendael; hij gaf zijn naam ook aan het landgoed. Ik kan daar zelf nog aan toevoegen dat 'heer' Arnold van Rosendael schepen en kerkmeester was; hij kreeg vanaf 1740 slaande ruzie met pastoor Ram (zie Utrechtse biografieën, Het Eemland 1159-164).

Verder vond Gijs het volgende. Na Van Rosendaels overlijden betalen zijn erven in 1752 de 20e en 40e penning voor de helft. De boerderij wordt in 1757 opnieuw verpacht door Hendrika Anna Donker, de weduwe van Arnold van Rosendael. Het betreft alleen de boerenwoning met schuur en bergen op Calveen; onder de huur is niet inbegrepen het herenhuis, het koetshuis en het eilandje tussen de vijvers, maar de keuken mag bij afwezigheid van de eigenaresse worden gebruikt.
Later komt het landgoed in handen van de Amersfoortse notaris en stadshistoricus Abraham van Bemmel. Hij verkoopt het in 1770 aan zijn zoon Gerard met overdracht van de gevestigde hypotheek. Gerard op zijn beurt verkoopt de boerderij groot 25 morgen met boerenhuis, schuur en bergen in 1799 aan Teunis Kuijer.
Tussen 1770 en 1799 is het landhuis dus vervallen en gesloopt. Misschien kan nader onderzoek dat nog preciseren.



 
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu