2007 - Historische Kring Hoogland

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

2007

Publicatie's > Boekbesprekingen
 
 
 
 
Uit 2007-1GERARD RAVEN

Jelle Vervloet en Simon van den Bergh (red.), Eemland in verandering. Ontginning en ruilverkaveling in het gebied van de Eem (Martijs, Utrecht 2007), gebonden, 208 pp, isbn 978 9053453100, €19,95
Tweemaal is in Eemland intensief een ruilverkaveling doorgevoerd: eerst kort na de oorlog en vanaf 1988 opnieuw. Dit boek is een waardige afsluiting van het project en een schoolvoorbeeld van samenwerking van wetenschappers en leden van plaatselijke historische verenigingen. Het boek begint met prachtige kaarten van de betrokken percelen vóór en ná de verkaveling, die HooglandWest, een puntje Vathorst en verder Baarn, Bunschoten, Eemnes en Soest betreffen. Hoogland en Hooglanderveen komen door het hele verhaal ter sprake. Maar het boek is juist zo sterk omdat het de hele regio in totaalverband beslaat, over de gemeentegrenzen heen. Zulke publicaties zijn er nog te weinig (al bestaat er wel een pril plan om een historische atlas van Eemland te maken die stad en platteland in samenhang zou belichten). In 45 bladzijden worden landbouw en bewoning tot 1950 op hoofdlijnen besproken, met duidelijke kaarten en mooie foto's. Aardig zijn ook de kaders met persoonlijke verhalen. De hoofdmoot is natuurlijk gewijd aan de twee ruilverkavelingen zelf, maar weer gepast in aantrekkelijke persoonlijke indrukken, aandacht voor de natuur enz. Het wordt dus nooit een saai, ambtelijk verhaal! De wandel- en fietstochten zijn tweemaal opgenomen: ook los om onderweg mee te nemen. Een handig register helpt je snel op weg. Nog een cadeautje: een cd, die de gemiddelde computerbediener echter niet meteen zal kunnen openen. Kortom: snel naar de winkel en haal dit boek. Het is het geld dubbel en dwars waard.

Henk van Woudenberg, Voskuilen, een buurtschap onder Woudenberg en Leusden [Regioreeks, BDU, Barneveld 2006], 360 + 298 pp, ISBN 907015096 4 en 971, €27,50+€12,50. Zie verder http://home.filternet.nl/-fn008121/voskuilen.
Veel Hooglanders heten Voskuilen, naar de buurtschap waar de auteur twintig jaar onderzoek naar deed. Zijn lezing voor onze kring op 15 januari jl. was dan ook druk bezocht. Het boek over Voskuilen bestaat uit een groot gebonden historisch deel en een iets kleinere genealogie met zachte kaft. Ze zijn beide ingedeeld naar de dertien boerderijen, die door splitsing zijn ontstaan. Natuurlijk begint de auteur met een algemene inleiding. In 1460 is er voor het eerst een lijst van negen hoeven met eigenaren en pachters. Van elke boerderij is er een vlot geschreven historisch overzicht met foto's en kaarten, terwijl achterin namenlijsten en splitsingen worden vermeld. Een register maakt het boek snel doorzoekbaar.
Het tweede deel bevat maar liefst 41 genealogieën van alle families die op de dertien hoeven hebben gewoond. Dat is heel verstandig, want zelfs niet alle familienamen Voskuilen vanaf 1381 zijn ook echt familie. Wie alleen in Hooglandse Voskuilens geïnteresseerd is vindt ze meestal niet in dit boek, maar wel hun voorouders. De auteur kon alleen families opnemen die minstens drie generaties op Voskuilen woonden en gaat er van uit dat men gegevens uit de Burgerlijke Stand zelf al heeft gevonden. Daarmee beperkt hij zich tot de oudste en moeilijkst te vinden gegevens en heeft hij mijns inziens de juiste keuze gemaakt.

[Marjolein Boer,] Villa Vinkenhoef (E.M.M. Holding, Amersfoort 2006), 100 pp, geen ISBN, €32,50, verkrijgbaar bij de Algemene Boekhandel aan de Leusderweg.
Het komt niet zo vaak voor dat een restauratie uitmondt in een boek; het is al duur genoeg. Dat is anders bij landgoed Vinkenhoef, tot 1960 in Hoogland gelegen. Hierbij was toch al kosten noch moeite gespaard; een boek kon er ook nog wel af.
In tien pagina's volgt de auteur de geschiedenis van het landgoed. Marjolein Boer heeft nauwelijks méér kunnen vertellen dat al uit de literatuur bekend was; het artikel van Ayolt Brongers in ons nummer van juni 1999 is uitgebreider. Eigenaar A.M. Tromp van Holst wordt vermeld zonder zijn tweede achternaam; over de Melkerij horen we erg weinig en wat de EMM Holding is blijft duister. Dit boek heeft immers een ander doel: verslag leggen van de ingrijpende restauratie, een beeld geven van de huidige inrichting van huis en erf. Dat is smaakvol gedaan, met goede tekst en prachtige foto's. Een heerlijk lees- en blader boek.

David Lantsheer, Huisnamen Hoogland (1811-1899) (Archief Eemland, Amersfoort 2006), 15 pp. Aanwezig in ons documentatiecentrum. Een stagiair van de archiefdienst maakte een overzicht van de huisnamen die voorkomen in de overlijdensaktes van Hoogland. Dat zijn meestal boerderijnamen. Hij geeft de eerste en laatste vermelding, maar ontdekte dat vanaf 1875 geen echte huisnamen meer genoemd worden. Als er een foto in Archief Eemland is heeft de auteur deze bijgevoegd. Hij besluit met een kaartje van Liendert in mei 1940 door Henk van Noordenburg en van Den Ham in 1834 van onze internetpagina.

Uit 2007-2
GERARD RAVEN
Peter Bus, Dirk-Joost van Hamersveld, Gijs Keizer en Andy van de Vlasakker, Dorpshuis De Dissel 1971­2006 (eigen beheer, [Hooglanderveen 2007]), 143 pp, iU, €10 bij kapsalon Jos Helmich in Hooglanderveen, kapsalon Brundel in Hoogland en kantoorboekhandel Bruna in Hoogland.
De saamhorigheid van Hooglanderveen is over de hele wereld bekend. Geen wonder dat het jubileum van het dorpshuis en de afbraak voor nieuwbouw schijnbaar moeiteloos een fraai boek in harde kaft opleverden. Alles hebben de auteurs zelf gedaan; verenigingen en particulieren brachten het fotomateriaal. Gijs Keizer stond borg dat ook de beginjaren van binnenuit beschreven konden worden. Het resultaat is een heerlijk herkenbaar en vlot lezend dorpsboek. De herinneringen van betrokkenen zijn prachtige verhalen, zoals hoe men met de verkeerde kleuren bakstenen omging, de politieke discussies over de schuldenlast en de 'drooglegging' door het gemeentebestuur. Menige Veender zal een traan hebben weggepinkt toen het oude dorpshuis omging. Met die foto's eindigt het boek, niet met platen van het nieuwe. Dat komt vast wel in een volgend boek.

Mieke Heurneman, Waard om te weten. Leemte/ijst geschiedschrijving provincie Utrecht (Historische Reeks Landschap Erfgoed Utrecht 1, uitgeverij Matrijs, Utrecht 2007),144 pp, ill, isbn 978 90 5345 333 9, €12,95
De laatste jaren heeft het Utrechts Archief een mooie serie onderzoeksgidsen gepubliceerd, die in dit blad ook besproken zijn. Maar waar liggen nu nog de belangrijkste witte vlekken in onze Utrechtse historische kennis? Hoe verhoudt de kennis over de ene stad of streek zich tot de andere? Wat is er al gepubliceerd en waar zou je meer kunnen vinden? Het boek van Mieke Heurneman van Erfgoedhuis Utrecht is een handige opstap. Het is ook het eerste deel van een nieuwe serie van deze instelling, de fusiepartner van Landschapsbeheer Utrecht.
Wie voortaan een onderzoek wil starten of eens iets origineels wil brengen kan in dit boek goed terecht. Het brengt je op geweldige ideeën, want er is bijvoorbeeld verbazend weinig bekend over het grondbezit (met name voor een heel gebied en op lange termijn), de mediageschiedenis, het verenigingsleven en de laatste vijftig jaar. Een boek als dit kan nooit compleet zijn. Bij de komende jubilea is bijvoorbeeld 750 jaar stadsrechten van Amersfoort in 2009 vergeten. Belangrijker is dat het inderdaad mag aanzetten tot meer samenhang in het historisch onderzoek. De provincie geeft zelfs subsidie om bepaalde witte vlekken te gaan invullen. De Bewaarsman laat zich niet onbetuigd: voor het volgende nummer hebben we al een naoorlogs thema gepland!

Reactie op de bespreking van Eemland in verandering - door Jaap Voorburg Met de boekbespreking van Gerard Raven in het vorige nummer kan ik in hoofdlijnen instemmen. Een uitzondering moet ik evenwel maken voor het hoofdstuk De landbouw in Eemland voor 1950. Dit is m.i. misschien wel vlot, maar te oppervlakkig geschreven. Als documentatiebron over de landbouw kan het daarom beter niet gebruikt worden. De eerste vier bladzijden gaan trouwens helemaal niet over Eemland. Op pagina 41 staat bijvoorbeeld een foto met als bijschrift dat de eerste melkmachines omstreeks 1850 in Nederland werden geïmporteerd. In Eemland zou dat pas honderd jaar later het geval zijn geweest! Bovendien schrijft de auteur: "Het melken met de machine gebeurde in eerste instantie in de wei." Bij het machinaal melken wordt het zuigen door het kalf of de hand van de melker nagebootst door in de tepelhouders de luchtdruk te laten fluctueren. Hiervoor is een vacuümpomp en een krachtbron nodig. Het is moeilijk in te zien waarom dat in de wei gemakkelijker kan dan in de stal. Overigens herinner ik mij dat Piet van den Hengel in De Slaag al vóór de oorlog in een stal met een melkmachine werkte. Het kost weinig moeite om nog veel meer plaatsen aan te wijzen waar het rode potlood gehanteerd had moeten worden. Ik volsta echter met te verwijzen naar de foto op pagina 42, die mijn kritiek op het verhaal van Ter Beek duidelijk illustreert.

Uit 2007-3GERARD RAVEN
Mieke Gerritsen-Kloppenburg, De zuster van Hoogland. Het Wit-Gele Kruis in een dorpsgemeenschap 1929-1983 (Hooglandse Historische Reeks, Historische Kring Hoogland, 2007), 64 pp, ISBN 90 807040 4 6, €7,50, te bestellen bij de secretaris. Sinds 1999 is bijna elk jaar een deel verschenen in onze eigen boekenserie. Dat onze leden deze boeken gratis ontvangen mag wel uniek genoemd worden voor een historische vereniging. Dit achtste deel is geschreven door Mieke Gerritsen, net als het vorige over zorgcentrum Sint Jozef. Ditmaal heeft zij het archief van het Wit-Gele Kruis doorgeploegd en samen met oud-voorzitter Piet Smink en de redactie nog aanvullende bronnen opgespoord. Een dorpsgemeenschap functioneert alleen als er mensen zijn die willen aanpakken en olie in de raderen gieten. Het Wit-Gele Kruis is een typisch voorbeeld van zo'n succesverhaal. De wijkzuster van Hoogland was meestal een stevige tante die alom geliefd was. Zij maakte mensen dan ook mee bij de hoogte- en dieptepunten van het leven. In de moeilijke oorlogsjaren leerden mensen nog eens extra zien wat ze aan een zuster hadden. Haar werk was mogelijk door talloze kwartjes en dubbeltjes, die trouw zijn betaald als contributie of extra gift. En door de inzet van een opvallend klein aantal bestuurders, dat zó met het Kruis vergroeid raakte dat ze er maar met moeite uit konden stappen. Liever bleven ze nog een jaartje aan. Het verhaal wordt afgerond met de fusiedrift van de jaren tachtig en erna, die nu ten dele in een tegenbeweging is gekomen. Het Wit-Gele Kruis Hoogland ging echter ook verder in de vorm van een Fonds, dat de oude doelstelling van maatschappelijke hulp nog steeds invulling geeft.


 
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu