2008-1-1 - Historische Kring Hoogland

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

2008-1-1

Publicatie's > Alle artikelen
 
 
 
 
Pieken en dalen
Transportbedrijf Hoogland B.V. 1928-2008
CEES VAN DEN HEUVEL

Dit jaar jubileert er weer een typisch Hooglandse onderneming. Hoe wist de familie Hoogland het uit te bouwen van één naar dertien vrachtwagens? En hoe speelde men het klaar het in de familie te houden?

Grondlegger Cornelis (Cor) Hoogland van het huidige transportbedrijf werd geboren op 21 mei 1900 in buurtschap De Bik in Hoogland, als zoon van Gerrit Hoogland en Errisje Blom. Op jonge leeftijd verhuisde hij met zijn ouders naar Hamersveld, waar zijn vader een klein boerderijtje had. Met het gezin, bestaande uit ouders, vijf broers en twee zussen moest daar de kost wor­den verdiend. Vader maaide gras en koren met de zeis voor anderen en met een brik werden eieren naar de markt gebracht. Cor Hoogland trouwde op 11 januari 1928 in Hoogland met Sophia (Fijtje) Kraan, geboren 12 juni 1898, dochter van Martinus Kraan en Jansje Smink. Jansje Smink, beter bekend als opoe Kraan, was de baker/vroedvrouw van Hoogland. Het jonge echtpaar kreeg een dubbele woning aan de Hamseweg 43, genaamd Davidshof, waarbij ook 20 are grond behoorde. Deze stond recht tegenover kapsalon Brundel.

Het Davidshof kent een lange geschiedenis. In het oudste boek van de Roomschgezinde Armen van 't Hoogeland van 1796 staat vermeld dat het pand (op dat moment onderdeel van drie woningen) samen met deze woningen in eigendom overging aan de voorloper van de armenzorg voor een bedrag van fl 450,=. Dat gebeurde destijds in het kader van de verdeling van bepaalde goederen tussen de gereformeerde en katholieke armen.

Daar woonde op dat moment Theunis (Teus) Hooft met zijn gezin, die met een handkar dagelijks op weg was om kolen en turf naar zijn klanten uit te ven­ten. Ook werden er veel kolen aan de Hamseweg afgehaald. Van een transport­bedrijf was toen nog geen sprake. Toen het echtpaar Hoogland in 1928 trouw­de, werd ook de handel van Theunis Hooft overgenomen en startte men een eigen bedrijf. In deze beginperiode pakte men alles aan. Vóór het woonhuis stond nog een houten waterpomp, waar de honden die de kar trokken op weg van Bunschoten naar Amersfoort water konden drinken, waar de kinderen wer­den gewassen, en waar ook buurtbewoners gebruik van konden maken. Het water werd in die beginperiode op een diepte van 3 meter uit een welput naar boven gehaald. Later heeft Frans Pommer deze pomp nog met de hand uitge­graven en verbeterd. De pomp is er nu niet meer, maar de lindebomen uit de 17e eeuw staan nog altijd vóór de woning van Johan en Ans Hoogland aan de Hamseweg nummer 43.

De eerste vrachtwagen
Cor Hoogland zag in dat er voldoende aanbod van vracht was om te investeren in de eerste vrachtwagen. In 1928 werd een Engelse vrachtwagen met benzine­motor aangeschaft van het merk Willys, type Overland. Deze wagen werd inge­zet voor het vervoer van goederen, zoals takkenbossen voor de bakkers Stolp en Wernsen, hout, zand, kolen en eieren. Bovendien werden er personen in de regio mee vervoerd; autobussen waren er in die dagen nog niet. Voor zwaar transport was de Willys niet echt geschikt; er kon hooguit een paar ton mee geladen wor­den. In de winter werd de sneeuwploeg er aan gekoppeld en werd er zand gestrooid. Als er brand uitbrak in Hoogland of omgeving werd deze vrachtwa­gen gecharterd om de brandspuit te trekken. Later kreeg het veevervoer de over­hand; er werd voor veel boeren uit de omgeving vee getransporteerd.



Ca 1939. Achterste rij, Sophia Hoogland-Kraan. Cor Hoogland, Dirk van de Velde. 
Voorste rij, Martin Hoogland. Johan Hoogland

De oorlogsperiode
In 1939-1940 zorgden mobilisatie en oorlog voor een ernstige kink in de kabel. Vrijwel meteen werd de vervoersvergunning gevorderd en raakte men de vrachtwagen kwijt. Johan Hoogland (geboren op 23 december 1936, de jongste zoon van Cor en Sophia) weet zich te herinneren dat de auto nog onder het stro in de schuur heeft gestaan, maar hij is nooit meer teruggezien. Het is na de oorlog nog een hele klus geweest om de vergunning weer terug te krijgen. Cor kon gelukkig een soort van getuigschrift overleggen, ondertekend door een aan­tal collega-transporteurs. Dit originele document is al die tijd bewaard geble­ven. Meteen na de bevrijding werd de eerste veewagen van het Amerikaanse merk Ford besteld. Deze was in Engeland gemaakt het had het stuur rechts.



Het getuigschrift van 1945

Uitbreiding
Van de kinderen die in het gezin van Cor en Sophia werden geboren, kwam als eerste de oudste zoon Gerard bij zijn ouders werken. Hij had gediend in Indië en kwam in 1949 terug naar Nederland. Gerard pakte net als zijn vader alles aan; met zijn tweedehands aangeschafte Ford-veewagen was hij breed inzetbaar. In 1959 kwam broer Johan ook in de zaak. Het bedrijf heette toen: C. Hoogland en Zonen. Johan werkte voorheen als monteur bij Hartemink in Nijkerk en later bij de Serva. Hartemink was destijds al een groot bedrijf, waar ruim zestig man werkte. Zijn technische achtergrond kwam binnen het eigen bedrijf goed van pas; bijna al het onderhoud verrichte men in die periode zelf. De eerste Chevrolet-vrachtwagens, geleverd door Nefkens uit Amersfoort, waren uitgerust met een benzinemotor. De Bedford-diesels, afkomstig van Serva, kwamen pas later.

Een werkdag zag er destijds wat anders uit dan tegenwoordig. Johan vertelt dat men 's nachts regelmatig om 12 of 2 uur begon te rijden met vee. Er zaten veel klanten in de omgeving van Woudenberg en Scherpenzeel. Ook reed men met het vee dóór naar de slachterijen in Oss. Om half acht 's ochtends was hij dan weer terug. Dan ging de kap van de wagen af en werd het een bakwagen waar­mee zand of grind werd gereden. En was hij 's avonds weer terug, dan was er altijd wel wat te sleutelen aan het wagenpark. Om het onderhoud wat efficiën­ter te maken, werd in 1962 de eerste werkplaats gebouwd bij het bedrijf aan de Hamseweg. Dat jaar kwam de eerste medewerker in dienst, Johan Smink. Ook nu is Johan nog bij het bedrijf betrokken als oproepchauffeur.

Technische ontwikkelingen
De taken werden in die jaren herverdeeld. Gerard was de administratieve man en planner en reed verder voornamelijk op de veewagen. Johan was naast chauffeur degene die het wagenpark beheerde en onderhield. Binnen het bedrijf gebeurde er op technisch gebied erg veel. Er werden nieuwe opbouwen op bestaande frames gerealiseerd, motoren van de vrachtwagens werden verwisseld. Op bestaande chassis werden sleeën gemonteerd t.b.v. het optreksysteem voor het transport van containers. Men bedacht zelf verschillende ingenieuze systemen, zoals hydrauli­sche laadvloeren om het veevervoer nog efficiënter te laten verlopen. Ook werd een wagen aangeschaft met een laadkraan en een kiepsysteem.

Cor Hoogland kon het nu wat rustiger aan doen, hoewel hij als chauffeur nog wel actief bij het bedrijf betrokken bleef. Hij overleed op 19 augustus 1971. Zijn vrouw Sophia was precies acht jaar eerder gestorven, op 19 augustus 1963. Johan en Gerard gingen samen verder onder naam Gebroeders Hoogland. Hoewel de oude enkelsteens woning onder het beheer van Monumentenzorg viel is deze in 1974 gesloopt om plaats te maken voor een nieuw huis. De oude lindebomen bleven behouden en zijn inmiddels ruim 300 jaar oud.

Soorten transport
De nieuwe directie was van mening dat je nooit op één paard moet wedden. De broers beseften dat zij voor veel soorten transport inzetbaar moesten zijn. Dit mede door ervaringen uit het verleden, waarbij een grote opdrachtgever van de ene op de andere dag afscheid nam. De Firma Hoogland was één van de grote­re expediteurs voor het vervoer van groenten en fruit, dat met twee vrachtwa­gens naar de veiling in Amersfoort ging. Met de aanhanger erachter reed men ook door naar Utrecht, Houten en Delft. In Hoogland en Hooglanderveen waren destijds een aantal groente- en fruittelers gevestigd waar men regelmatig producten voor vervoerde. Er werd zand- en leemgrond gereden voor de verharding van wegen; hooi vanuit de polders en voor boeren in de regio die elders in het land kochten. Ook begon men met het vervoer van noodslachtingen. Dat er in die tijd al veel eisen werden gesteld aan het transpprt, blijkt uit het feit dat de chauffeurs verplicht waren een ontsmettingsboekje bij te houden. Waren deze boekjes niet goed afgestempeld, dan mocht men het terrein van het abat­toir niet verlaten. Er werd regelmatig gecontroleerd of de wagens wel goed afgespoten waren.



Het wagenpark in maart 1956. Van links naar rechts, Ford, Austin, Chevrolet

Ook klussen naar het buitenland werden aangenomen. Een mooi voorbeeld was een opdracht bij de rondweg om Parijs. Alle viaducten moesten volgens de EU­norm met 20 cm verhoogd worden. De Firma Hoogland werd daarbij ingescha­keld om bouwmaterialen te brengen. Verder werden er tractoren vanuit Duitsland vervoerd naar Frankrijk, waar weer materialen werden geladen voor Nederland.

Men ging niet alleen voor kwaliteit in het vervoer, maar ook voor kwaliteit bij het personeel. Johan vertelt dat hij een keer 's ochtends om 9 uur werd gebeld door een stagiair die hem vroeg wat hij vandaag moest doen. Hij was wat lan­ger thuis gebleven. Deze persoon werd geadviseerd dat hij daar maar beter kon blijven; zijn mentaliteit paste toch niet helemaal bij het bedrijf. Plichtsbesef en op tijd willen beginnen stonden en staan nog steeds hoog in het vaandel.

Einde veevervoer
In 1993 besloot men om te stoppen met het vervoeren van vee. Het aanbod werd minder, omdat er boeren stopten. De eisen aan het vervoer werden steeds hoger. Ook werden de marges steeds kleiner, mede door de vele wachturen die de chauffeurs maakten, terwijl zij wel gewoon betaald moesten worden. Op het laatst werd er hoofdzakelijk naar de veemarkt in Utrecht vervoerd. Begin jaren negentig stapt broer Gerard uit het bedrijf, nadat hij 65 was geworden. Ans van Loen, de vrouw van Johan, ging zich op hun kantoor aan de Hamseweg bezighouden met de planning en administratie. Op dat moment waren er zes chauffeurs in dienst, plus de zoon van Gerard Hoogland, John en de zoon van Johan Hoogland, Louis. Louis was vanuit school al bezig geweest met een pro­ject om de handmatige boekhouding te vervangen door een efficiënter geauto­matiseerd systeem.

Nieuwbouw
Anno 1995 werd de vennootschap onder firma omgezet in een bv. Johan was op dat moment directeur en technische man, Ans hield zich voornamelijk bezig met de planning en Louis was mededirecteur, administrateur en chauffeur. De locatie aan de Hamseweg werd te klein en er kwamen steeds meer problemen rond de vergunningen die men nodig had. Zo werd bij gladheid al jaren gestrooid in opdracht van de provincie Utrecht, maar het kon gebeuren dat men het eigen terrein niet vóór zeven uur 's ochtends mocht verlaten. Er werd besloten om het bedrijf te verplaatsen. Op een stuk grond dat men in 1995 kocht aan de Kosmonaut op industrieterrein Calveen is in 1997 een compleet nieuw pand gerealiseerd. Het bedrijf maakte toen een forse groei door. Het aan­tal chauffeurs nam toe, er kwamen zwaardere vrachtwagens met technisch bre­dere uitrusting bij, en het werd mogelijk opslagruimte te verhuren.

In het najaar van 1999 nam Johan op 62-jarige leeftijd de beslissing het wat rustiger aan te gaan doen. Hij is nog steeds als adviseur verbonden aan het bedrijf, maar heeft meer tijd voor andere activiteiten. Zo is hij actief als baan­commissaris bij rally's en nog steeds een fervent motorrijder en sleutelaar. Anderhalf jaar later kwam dochter Sandra fulltime het bedrijf versterken. Sandra nam de administratie van Louis over, terwijl hij wat taken van zijn vader overnam. Ans werd in 2004 66 jaar en ging het ook wat rustiger aan doen. Zij liet de planning over aan Louis.

Enkele jaren eerder kwamen er problemen toen één van de grotere klanten besloot naar het buitenland te verhuizen. Voor dit bedrijf was men dagelijks met twee tot drie wagens op de weg geweest, dus dit was een forse klap voor het bedrijf. Met distributieactiviteiten werd geprobeerd dit gat op te vullen. Deze tegenvaller kwam het bedrijf toch weer snel te boven. In 2003 was er reden voor een feestje: de VCA-certificering was een feit! Ook werd er in dat jaar een compleet nieuwe truck met een kraan van 70 ton/meter aangeschaft, het paradepaardje van het bedrijf.

Er is nu voldoende werk voorhanden. Met een enthousiast en gemotiveerd team en dertien vrachtwagens kan Transportbedrijf Hoogland BV de toekomst met vertrouwen tegemoet zien. Komend najaar hoopt het bedrijf haar SO-jarig bestaan te vieren.

Met dank aan de familie Hoogland, Jan Penterman en Gijs Hilhorst.
Het Armenboek bevindt zich in Archief Eemland, Archief parochiebestuur Hoogland 170, 13.6.1796.



Kent u ze?
De foto in het vorige nummer kreeg nog wat extra toelichting van Johan en Ans Hoogland.
Hij is gemaakt bij het vertrek van de Willys voor het inhalen van een belangrijk persoon; omdat er een protestantse vrouw op de wagen staat is dit geen geestelijke geweest, maar vermoedelijk burgemeester L.O.U.I.S. Grippeling in 1931. De wagen staat vóór de Henricusschool aan de Kerklaan. Voor het portier van de auto Cor Hoogland (met pet). Links van hem zijn zoon Gerard en daarnaast de hulp in de huishouding met één van de baby tweelingen Annie en Nellie. De middelste van de vrouwen met mutsen is de vrouw van Gijs Tolboom, de groot­moeder van Jan Brundel (met knipmuts). Daarboven is Sophia Hoogland-Kraan te zien met baby Nellie of Annie. Rechts haar moeder Jansje Kraan-Smink (alleen de ogen en muts). Haar vader Tinus Kraan staat meer naar rechts, onder de dakpunt van de school (met pet en sigaar). Van de drie vrouwen rechts van hem is de meest rechtse mevrouw Hoek (met scheiding in het haar).
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu