2009 - Historische Kring Hoogland

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

2009

Publicatie's > Boekbesprekingen
 
 
 
 

Uit 2009-1

GERARD RAVEN
J.N. (Jo) Schriel, Het begon in Vlissingen … 1800 tot heden (eigen uitgave, Zutphen 2008), 47 pp. Aanwezig in de bibliotheek van Archief Eemland D3149 en Historische Kring Hoogland.
Familiegeschiedenis van Jan Willem Lodewijk baron van Boetzelaer en zijn nazaten. Voor ons zijn van belang pagina's 22-40 over zijn zoon Gustave Jacques, die in 1881 burgemeester van Hoogland werd, zijn zoon Job (1893-1966) en diens vijf kinderen, waarvan nu alleen Liesbeth Kok-van Boetzelaer nog in het dorp woont. Veel familieherinneringen die kleur geven aan de geschiedenis. Zes bladzijden zijn gevuld met de volledige tekst van het dagboek van Jobs vrouw Anna Elisabeth Kruimel over 20 april-6 mei 1945. Dit is in briefvorm door een Canadese soldaat meegenomen naar haar dochter in Den Haag. Het verslag is vergelijkbaar met dat van Toos Hansen, dat wij in 2000 publiceerden, maar Anna woonde aan de Hamseweg en Toos in De Slaag. Veel tijd ging bij Anna op aan in de schuilkelder wachten en aan de inkwartiering van Duitse en Canadese soldaten.

Jan Carel van Dijk, Het Hoogland van onze grootouders. Verhaal aan de hand van oude ansichten (Aprilis, Zaltbommel 2008), 84 pp, isbn 978 9059942462, €19,95
In november waren ons bestuur, redactie en verschillende andere leden van de Historische Kring Hoogland aanwezig bij de presentatie in de kapel van Coelhorst. De auteur had de Kring gevraagd om de tekst van zijn boek mee te lezen, die langer is dan men bij dit soort boeken gewend is. Zo is er een goed product ontstaan, zowel in tekst als beeld.
De ansichten zijn met zorg gereproduceerd en ogen mooi. Ze zijn gerangschikt als een wandeling van Amersfoort naar Hoogland, Hooglanderveen en terug. Hiervoor kon Van Dijk putten uit zijn eigen verzameling van Eemlandse ansichten, die na die van Archief Eemland wel de meest omvangrijke zal zijn die er bestaat. Voor Hoogland valt dat niet mee, omdat daarvan relatief weinig kaarten zijn gemaakt; volgens schatting van de auteur 200 tegen 3000 Amersfoortse.
Van Dijk schreef ook ansichtenboeken over Amersfoort en Den Treek-Henschoten.

Het tijdschrift Van Zoys tot Soest van 2008 brengt twee interessante artikelen. In het zomernummer 1 een verhaal van JooP Piekema over 'Zwarte Willem' van den Heuvel, die van 1947 tot 1968 met zijn roeiboot mensen en fietsen overzette tussen Hoogerhorst en de Kleine Melm in Soest. In het najaarsnummer een verhaal over de elite van Soest in 1787, waarin Mieke Heurneman meer informatie geeft over Jacobus Pembroek, de man die in 1795 de revolutie naar Hoogland wilde brengen (zie daarover De Bewaarsman 2000 pp 76-77).

Uit 2009-3

[Peter Kok Kzn,] Sint Martinuskerk Hoogland. Open Monumentendag 12-13 september 2009 [Hoogland 2009], 28 pp, voor € 2 verkrijgbaar bij phkok@planet.nl zolang de voorraad strekt. Bestuurslid Peter Kok heeft een mooie gids geschreven voor bezoekers van de kerk. Drie bladzijden zijn gevuld met de bouwgeschiedenis in jaartallen, de andere met foto's van de gebrandschilderde ramen, kruiswegstaties, beelden, meubilair en enkele historische foto's van de herbouw in 1955-1957.


Burchard Elias en Rob Kemperink (red.), 'Bruit aan d'Eem'. Geschiedenis van Amersfoort (2 dln, Utrecht: Matrijs 2009), 987 pp, isbn 978 90 5345 335 3, €75 (na 1 jan €90)
Vijf kilo standaardwerk, dat is gewoon een monument. Als je weet hoeveel energie en geld dit project heeft gekost past alleen stille bewondering. Dus geen commentaar dat het eerste deel zo zwaar is en beter ook gesplitst had kunnen worden, of dat het nogal zoeken is in de noten omdat er geen paginanummers bij staan. Aan een project van veel auteurs kleven altijd bezwaren, maar ditmaal is de literatuur goed samengevat, terwijl toch geregeld nieuwe inzichten zijn verwerkt die de auteurs nog niet hadden gepubliceerd.
Dankzij de prima registers (al zit er soms een tikfoutje in) kun je snel de weg vinden. Ik heb de Hooglandse trefwoorden alle nagezocht. Dat levert voor de nieuwere geschiedenis geen originele visies op; in een boek als dit mogen we dat eigenlijk ook niet verwachten. Daarom is het interessant dat Rob Kemperink daar voor de vroege tijd juist wel mee komt. Gezien de hoogteverschillen veronderstelt hij dat de eerste Amersfoorters eigenlijk op het Hogeland woonden. De tienden van Amersfoort die de bisschop in 1010/1028 aan het klooster Hohorst schonk moeten daar op slaan (zie pp 53-57). Opnieuw duikt de theorie op dat de Malen van Hoogland wel eens veel ouder kunnen zijn dan ca 1135; misschien wel uit de 9e of 10e eeuw. Amersfoort had zelf mogelijk ook een maalschap, maar die kan dan pas rond 1200 zijn ontstaan, vanuit de bisschoppelijke hof. In dit bestek kan ik alleen nog enkele cijfers noemen. Amersfoortse particulieren en instellingen hadden in de 15e eeuw veel land: in Duist en De Haar resp. 63 en 73%! (Blijkens ons boek Ver in het veld was dat in 1832 nog maar 50 en 28%). Hoogland had in 1812 97 ha tabaksland, 17% van heel Oost-Utrecht.

Mieke Heurneman en Yvonne Tanke, Het A'foortboek (Bussum: Uitgeverij Thoth/Archief Eemland 2009), 336 pp, isbn 978 90 6868 524 4, €14,95. Dit is een enig weggevertje. Een pessimist kan roepen dat er maar veertien bladzijden over het oude Hoogland gaan (plus zes zijdelings) en dat de informatie niet nieuw is. Maar voor een boek over Amersfoort is Hoogland juist prima vertegenwoordigd, met verhalen uit alle perioden en zelfs twee bladzijden over de annexatie. De auteurs hebben niet beseft dat de haven van Amersfoort voor een flink deel op Hooglands grondgebied lag. Daar moeten we zelf dus wat meer onderzoek naar doen.


Dick van Wageningen, Klapper gerecht Hoogland 1605-1745 (Amersfoort:
Archief Eemland 2009),58 pp
Acht jaar geleden maakte Henk van de Hoef uittreksels van de Hooglandse protocollen uit de periode 1690-1796. Door de registers op boerderijen, geografische namen en personen ontsloot hij zo een belangrijke bron. Nu heeft Dick van Wageningen een register gemaakt voor een oudere serie gerechtsboeken, die Henk grotendeels niet kon lezen vanwege het Oud-Hollandse schrift. Dick heeft geen uittreksels gemaakt, wat betekent dat de onderzoeker zelf het oude schrift moet kunnen lezen of een beroep op hem moet doen. In beide gevallen zijn in de klapper de oude schrijfwijzen overgenomen; men moet dus bedacht zijn op spellingsvarianten als Crachtwyck, Cuelhorst, Emelaer en Henricxz. Beide registers zijn nu ook te raadplegen in ons documentatiecentrum.

Bertus Wouda, 'Boeren op het moer of blij met de klei? Disciplines in discussie over de ontginningsgeschiedenis van het Eemland', Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis 17 (2008) 47-61
Een kritische bespreking van de discussie tussen historisch geograaf Jelle Vervloet en waterschapsarchivaris Margriet Mijnssen. Bertus' interesse gaat vooral uit naar Bunschoten, maar is ook van belang voor Hoogland. Was de Eem nu een moerasdelta of een veengebied, en wat was de invloed van de getijdebeweging vanuit het Almere? Werd er vanuit de rivier ontgonnen of juist vanuit het dorp?

Mieke Heurneman, 'Patriotten, Prinsgezinden en Pruisen. Onderzoek naar de elite van Soest rond 1787', Van Zoys tot Soest, 29:1 (2008) 1-14 en 29:2 (2008) 1-11
Mieke Heurneman, ""t Vrije volk van Zoest." Bataafse Revolutie in Soest, 1795­1802', Van Zoys tot Soest 29:4 (voorjaar 2009) 1-14,30:1 (zomer 2009) 1-16 Net als in Hoogland was de revolutie in Soest een korte rimpeling. Werden hier enkele getrouwe bestuurders herbenoemd, daar kwamen zij enkele jaren later terug. Hier plantte men een vrijheidsboom en gooide de ruiten in bij een rijke boer, daar werden Franse en andere troepen ingekwartierd die zich soms misdroegen.
Mieke vertelt meer over de man die op 10 maart 1795 het hoogste woord voerde op een revolutionaire verkiezingsbijeenkomst in het Hooglandse rechthuis (nu café De Noot aan de Hamseweg). <. Deze Jacobus van Pembroek was een Amsterdammer met een buiten in Soest; dat wisten we. Maar hij had op 15 februari de Soesters al voor eenzelfde verkiezing samengeroepen in de Grote Kerk. Het Amsterdamse Comité Revolutionair had hem immers per brief opdracht gegeven om de revolutie ook in het Sticht te bevorderen. Baarn had al eerder een nieuw bestuur gekozen. Op grond van Miekes gegevens kunnen we concluderen dat het volgens Van Pembroek hoog tijd werd dat ook Hoogland dat zou doen. Hij werd op 23 maart provinciaal bestuurder.
*Gerard Raven, 'Revolutie op het Hogeland', De Bewaarsman 5 (1999) 104-107,6 (2000) 75-84, vgl. 7(2001) 117.


 
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu