2011 - Historische Kring Hoogland

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

2011

Publicatie's > Boekbesprekingen
 
 
 
 

Voor u gelezen!
GERARD RAVEN

Uit 2011-1

Jos van BemmeI, 25 Tjoepverhalen. 25 jaar Snel Verzet (Hoogland 2009), 123 pp, geen isbn, € 8 bij Bike Totaal, Hamseweg 15, Hoogland
Dit is een bundel verhalen die sinds 1988 verschenen in het clubblad Tjoep. Het is dus géén geschiedenis van de racefietsclub vanaf 1984, zoals de titel suggereert! Wel leest dit boek met avonturen op buitenlandse bergen als een trein, excuses, als een racefiets. Zo kom je heel wat te weten over wel en wee van de sportfietser en zijn club, inclusief humor. Goed voor een paar heerlijke uren leesplezier!


Gérard Derks en Mieke Heurneman, Soest in de 17e en 18e eeuw (Historische Vereniging Soest, 2010) 287 pp, isbn 9789080548138, €29,95
Dit prachtig geïllustreerde en gebonden boek geeft een mooi beeld van de geschiedenis van onze zustergemeente. Het is een vervolg op het wetenschappelijke standaardwerk tot 1600 van Jan en Jos Hilhorst.
Dit boek is veel leesbaarder geschreven en thematisch opgezet; een bron van inspiratie als je een Hooglands onderwerp wilt beschrijven. Ons redactielid Mieke Heurneman zorgde voor het gedeelte over het bestuur. Andere hoofdstukken gaan bijvoorbeeld over armenzorg, gilden, schuurkerken en landhuizen. Er zijn handige lijsten van bestuursleden en registers. Hoogland komt geregeld voor, maar vaak en passant en soms klopt de pagina in het register niet. Het betreft meestal grens­verkeer: gezinnen die verhuizen, een pastoor die klaagt dat parochianen naar de andere kerk gaan. Dat deden ook de bewoners van Hoogerhorst; daarom is aan deze boerderij met herenhuis uitgebreid aandacht besteed, compleet met schilde­rijen van de eigenaars. Er is ook een opsomming van Hooglandse boerderijen met herenhuizen of -kamers (pag. 183).

Reinier Hilhorst, 'Bespiegelingen over de familie Hilhorst aan de hand van de familiewapens', Van Zoys tot Soest 31 (2010) 15-28
Het familiewapen is ook gevoerd door Rutger van Hogherhorst, schepen van Soest in 1376 en 1382. De auteur meent dat hij ook op Hoogerhorst heeft gewoond, omdat hij in het eerste jaar Vander Hoogherhorst wordt genoemd.

Hein Hundertmark en Kaj van Vliet, De Paulusabdij. Achter de muren van Utrechts oudste klooster (Utrecht: Matrijs 2010), 288 pp, isbn 978 905345 360 5, € 34,50
Hildo van Engen en Kaj van Vliet (red.), De nalaten­schap van de Paulusabdij in Utrecht (Hilversum: Verloren 2011), 192 pp, isbn 978 90 8704223 3, € 19 (verschijnt in juni).

Veel leden van de Historische Kring Hoogland weten dat de Sint-Paulusabdij een voorloper had: de Hohorst op de Heiligenberg in Leusden (ca 1000-1050). Om dit klooster van voeding en inkomen te voorzien gaf de bisschop van Utrecht zo onge­veer half Hoogland weg, zodat de abdij een machtige leenheer was. De Oude Hoef was de vroonhoeve, waar de boeren hun tienden van de oogst samenbrachten. Wie waren nu die kloosterlingen en hoe zagen hun gebouwen eruit? De laatste vraag komt in het eerste boek uitvoerig aan de orde. Generaties archeologisch, bouwhistorisch en historisch onderzoek worden op een voorbeeldige manier samengevat. De twee auteurs zijn dan ook autoriteiten in de Utrechtse bouw- en kerkgeschiedenis. Al lezend waande ik me geregeld als bezoeker in de middel­eeuwse abdij, waar nu alleen nog maar enkele verspreide bouwfragmenten reste­ren in het pand van Het Utrechts Archief aan de Hamburgerstraat, op een steen­worp afstand van de Dom. Lastiger is dat met de Hohorst, waarover we veel minder weten. Toch hebben de auteurs ook daarover voor het eerst een helder beeld gegeven, met nieuwe informatie. De auteurs verklaren de verhuizing naar Utrecht uit de kloosterhervorming, het grotere terrein, meer veiligheid, centralere ligging ten opzichte van de landgoederen en niet te vergeten de behoefte van de bisschop aan een (prestigieus) klooster in eigen stad. Nadelen waren echter dat armen en zieken veel minder gemakkelijk konden aankloppen en dat de monni­ken van vrome asceten sjieke kerkheren werden.


Auteurs en uitgever hebben ook ditmaal gezorgd voor prachtige foto's en duidelijke tekeningen. Ik beeld er twee af: een kaart van de proosdij Hohorst rond 1570 en een teke­ning van ca 1625 van de grafsteen van Adam van Lokhorst (1254) in het koor van de Pauluskerk. Adam noemde zich als eerste heer van Coelhorst.





                             Collectie Museum Flehite

Aandoenlijk vind ik ook een handschrift van ca 1000 met de afdruk van een leren bril, die kennelijk in het boek was blijven liggen! Niets dan lof over dit boek. Is er dan niets ten nadele te zeg­gen? Twee dingen dan. De Hooglandse landerijen waren voor de abdij een klein stukje van hun totale goederenbezit, dat zich uitstrekte over zeven moderne provincies.
Er staat in dit boek dus niets over Hoogland zelf. Daarvoor kun je beter terecht bij het specialistische boek van Lottie Broer, dat echter meer een naslagwerk is. Een tweede punt is dat je wel veel leest over gebouwen, maar veel minder over het kloosterleven. Voordat we daar een even goed beeld van krijgen als van de gebouwen zal het kloosterarchief eerst beter moeten worden bestudeerd. Een tipje van de sluier wordt al opgelicht in de bundel die als tweede is genoemd.


Tentoonstelling Tot in de eeuwigheid. Schatten uit de Utrechtse Paulusabdij

Tot en met 29 april presenteert Het Utrechts Archief de geschiedenis van het gebouw, met een nieuwe maquette, bouwfragmenten, archeologische vondsten, kostbare hand­schriften en tekeningen. Een ander topstuk is tijdelijk terug uit Duitsland: de enige overgebleven zilveren miskelk die in 1508 voor de Pauluskerk is gemaakt. Hamburgerstraat 28 (bij de Dom), Utrecht, 030 286 6611, di-za 10-17 uur.

Uit 2011-2

Margriet Mijnssen-Dutilh, Een vallei vol water. Waterschapskroniek Vallei & Eem 1616-2011 (Stichting Publicaties Oud-Utrecht/Waterschap Vallei en Eem, Utrecht/Leusden 2011), 468 pp met losse kaart van het huidige waterschap en stamboom van de waterschappen in het Vallei- en Eemgebied, isbn 9789054790877, €37,50 (met deel I €60).

In april 2008 besprak ik in dit blad uitvoerig het eerste deel Amersfoort lag aan zee over de periode tot 1616. Toen al gaf ik aan dat dit standaardwerk van de waterschapsarchivaris een must is: het bevat veel nieuwe inzichten op grond van 25 jaar onderzoek in de polderarchieven. In dit tweede deel zijn er minder radica­le visies te vinden, mede omdat er al aardig wat bekend was over de Hooglandse waterstaatgeschiedenis: de strijd om de macht, de fusies, de stoomgemalen, wegen en ruilverkavelingen.
Het verhaal is chronologisch opgebouwd en illustreert de toenemende overheids­invloed op het waterbeheer. De kanalisering van de Eem in 1616-1619 was daar een eerste signaal van. Voor de Hooglanders was dat niet altijd even prettig: het ingrijpen in de Eem werd over hen omgeslagen terwijl het succes beperkt was; bij De Drie Sluizen moesten nieuwe verzandingen zelfs elke zomer worden uitgebag­gerd. Ook stond er geregeld land onder water dat uit de Gelderse Vallei kwam of was opgestuwd in de Zuiderzee. Vanaf 1760 en vooral na 1848 kregen de water­schappen steeds meer te zeggen. Het plan van 1810 om de Slaagse dijken einde­lijk te verhogen werd door Amersfoort stelselmatig tegengewerkt; het is pas in 1894 gerealiseerd, nadat Lely aantoonde dat de stad daar geen last van zou hebben.

In 1616 werd het schouwrecht van de Malen overgedragen op de geërfden; drie jaar later gingen ze het voortaan samen doen. Het eerste leidde volgens de auteur tot instelling van één schepengerecht in 1617 in plaats van Wede, Coelhorst, Emiclaer en de beide Zeldertse polders. Zij betoogt dat feitelijk al vanaf 1605 één gerecht bestond, maar er is nog een apart archiefje Emiclaer en ik denk dat pas vanaf 1716 de buurmeesters en schepenen gecombineerd waren. Een nieuw inzicht is voor mij wel dat eind 17e eeuw veel watermolens en dergelijke zijn afgebroken, omdat ze niet meer rendabel waren.

Ook dit boek is geïllustreerd met prachtige kleurenkaarten en tekeningen, soms van tot dusver niet bekende Hooglandse elementen. Daarnaast zijn in kleur ver­duidelijkingen aangebracht. Daarmee is de auteur er opnieuw in geslaagd om een complex verhaal helder te presenteren, ook voor wie er niets van af weet. Dankzij het register is de informatie snel te vinden, ook van bepaalde polders, boerderijen en watergangen. Een overzicht van alle overstromingen is een extra hulpmiddel. Bij de presentatie werd gemeld dat het waterschap binnenkort fuseert met dat van de Veluwe. Daar zullen ze met onvervalste jaloezie naar dit boek kijken.

Oproep: 19e-eeuwse kanten muts
Dit is de oudst bekende muts bij de streekdrachten die tussen Eem en Vecht zijn gedragen. Het is een voorloper van de vierkante muts, gedragen over een breed oorijzer. De voorkant lijkt er sprekend op, maar de achterkant is duidelijk anders. Het kanten achtergedeelte bestaat uit twee uitlopende punten, terwijl bij de vier­kante muts de omgevouwen brede onderrand van links naar rechts in één geheel achter het hoofd langs loopt. Bing en Braet von Ueberfeldt hebben de oudste muts in het midden van de 19e eeuw zien dragen in het Utrechtse.

We zouden heel graag in contact komen met mensen die nog foto's hebben waar een der­gelijke muts op staat. De vierkante muts werd gedragen in Hoogland, Soest, Baarn, Eemnes, Laren, Blaricum, Bussum en Ankeveen.
Het gaat om oude foto's van rond en vóór 1900. Bij twijfel graag toch contact opnemen:
Livia van Eijle, livia.vaneiile@wanadoo.fr of Jaap Groeneveld, info@historischekring­eemnes.nl, 035 538 1609.













Utrechtse muts in het boek van Bing en Braet von Ueberfeldt (Nederlands Openluchtmuseum)


Uit 2011-3

P.J. Van Kleinwee, 'Uit het leven van Maas Aartsz. Martinus van Kleinwee ~ Hoogland (RK) 23-11-1808 + 15-12-1879', Amersfoort en omstreken 20 (2011) 77-78
Bij het veertigjarig jubileum van de Nederlandse Genealogische Vereniging
afdeling Amersfoort en omstreken verscheen een leuk gevarieerde bundel
verhalen van de leden over hun overgrootvader. Het valt op dat er maar twee Eemlandse voorvaders bij zijn. Eén daarvan is een Hooglander. De auteur geeft een beeld van het leven op de bescheiden boerderij De Brink in Coelhorst. Maas heeft goed geboerd, want hij kan zich ook enkele leningen aan anderen permitteren. Hij trouwt tweemaal en krijgt twaalf kinderen. Maas was ook melkhandelaar en had zijn naam op de kar staan. De klanten gaven zo hun eigen uitleg aan de letters MVKW: melk van klaar water. Zoon Dirk nam het bedrijf over en maakte van de M een D. Toen was de reactie: 'Zie je, zijn vader kwam er echt voor uit, maar de zoon durft het niet meer'.












Max Cramer en Robert Diederiks (hoofdred.), Amersfoort: nieuw gebruik, oud gebouw (Amersfoort pocket 3, uitgeverij Educom bv ism gemeente Amersfoort en het comité Open Monumentendag Amersfoort, 2011), 58 pp, €5
Aantrekkelijk vormgegeven boekje met vier routes, waarvan één naar Hoogland. Op twee bladzijden komen de Hooglandse monumenten Grebbelinie, De Inham, Bosserdijk en kapel van Coelhorst aan bod. Dat kan alleen in kort bestek. Van Bosserdijk wordt gemeld dat de boerderij al in de vroege 17e eeuw wordt vermeld, maar dat is zelfs al eind 13e eeuw.

Historische canon van Eemnes (Historische Kring Eemnes 2011), 176 pp, €10 plus verzendkosten, info@historischekringeemnes.nl, www.historischekringeemnes.nl
Overzicht van de Eemnesser geschiedenis in 23 vensters (hoofdstukken):
ontstaan van het dorp, oorlogen en godsdiensttwisten, leven en werken op het platteland, scholen, ambachten, bestuur en verenigingen, bevolkingsgroei en veranderingen na 1960 en samenwerking met Blaricum en Laren.


Mieke Heurneman helpt Cultuurprijs Soest winnen
De Historische Vereniging Soest-Soesterberg heeft de Cultuurprijs Soest 2010 gewonnen. Een belangrijke reden daarvoor was de uitgave van het boek Soest in de zeventiende en achttiende eeuw. Het is geschreven door Gérard Derks, samen met ons redactielid Mieke Heurneman, die het hoofdstuk over bestuur voor haar rekening nam. Het boek is besproken in het aprilnummer.




 
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu