2015-3-5 - Historische Kring Hoogland

Ga naar de inhoud

2015-3-5

Publicaties > Ons blad De Bewaarsman
Een weelderige baard
 
Cliché van het Hooglandse Malenzegel ontdekt
BURCHARD ELIAS

Onlangs kreeg Museum Flehite een variant van het Malenzegel geschonken die we nog niet kenden. Deze werpt nieuw licht op de geschiedenis.
 
Middeleeuwse instellingen hadden soms een eigen zegel waarmee officiële stukken bekrachtigd konden worden. Maar de Malen op het Hoogland (de eigenaars van de belangrijkste boerderijen) hadden deze vóór 1282 waarschijnlijk nog niet. In noodzakelijke gevallen werd er dan gebruik gemaakt van het zegel van de Sint-Paulusabdij in Utrecht. De abdij was eigenaar van grote delen van Hoogland. Het zegel duidt er op dat toen nog toestemming van de abt was vereist voor rechtshandelingen.
 
Sint Paulus
Vervolgens hebben de Malen een eigen zegel gekregen; het oudst bekende exemplaar stamt uit 1329. Niet verwonderlijk is dat de centrale figuur Sint Paulus met zijn attributen een zwaard en een boek is. Paulus werd afgebeeld met een kale schedel en een weelderige baard. Het zwaard verwees naar zijn onthoofding. Het randschrift van het Malenzegel luidt: DIT ES DER MALEN SEGEL VA[N] WEDE ENDE VA[N] EMMIGLAER.
 

Afdruk van de door J.M. Lion vervaardigde tekening naar het Malenzegel uit 1339 (afbeelding museum Flehite).
 
Op de achtergrond zijn sterren en lelies zichtbaar. De laatste verwezen overigens niet naar een Franse connectie. Lelies waren in de middeleeuwen een hoogheidssymbool en mogelijk ook een rechtssymbool. De heren van Amersfoort hadden in de dertiende eeuw ook een leliewapen met van boven naar beneden drie, twee en één lelie. Eind negentiende eeuw adopteerde de Oudheidkundige Vereniging Flehite dit wapen, in de overtuiging dat het van graaf Wigger van Flehite was. Deze werd genoemd in de bekende oorkonde van 777 waarin Karel de Grote aan de kerk van Utrecht goederen schonk die graaf Wigger van hem in leen hield. Pas later erkende Flehite dat er in de tijd van Karel de Grote nog helemaal geen familiewapens waren en het leliewapen van de heren van Amersfoort was.
 
Schenking
Onlangs wist iemand die onbekend wenst te blijven enkele oude clichés te verwerven, waaronder een met een getekende afbeelding van het Malenzegel. Het is een bibliofiel die op internet een weblog onderhoudt onder de naam Perkamentus (http://perkamentus.blogspot.nl). Het is zeer verheugend dat hij bereid was het cliché van dit zegel te schenken aan Museum Flehite.
 

Het cliché (in gespiegelde weergave) dat onlangs opdook (afbeelding museum Flehite).
 
Wanneer dit cliché gemaakt is kan niet met zekerheid worden bepaald. Waarschijnlijk naar een tekening uit het eind van de negentiende eeuw. De archivaris van de Malen, J.F.X. van den Bergh, wilde toen namelijk een nieuw zegelstempel laten maken, omdat het oude sinds 1814 niet meer aanwezig was. Hij koos een voorbeeld uit de achttiende eeuw. De Utrechtse archivaris S. Muller Fz. wees hem in 1893 echter op een fraai bewaard zegel van de Malen uit 1339, in het kapittelarchief van Sint Pieter. Dat sprak Van den Bergh wel aan. De Haagse heraldicus J.M. Lion  werd toen benaderd om aan de hand van dat zegel een eigentijdse tekening te maken. Dat ging niet zonder slag of stoot. Muller moest keer op keer verbeteringen aangeven. Op 7 december had hij nog twee opmerkingen en besloot zijn brief aan Lion aldus: ‘Ik verlang thans geene teekeningen meer te zien’.
 
Het is goed mogelijk dat Van den Bergh deze tekening ook wilde gebruiken als illustratie in zijn vijfdelige bronnenuitgave waaraan hij in 1892 begon: Het archief van het zeer oude en voorname collegie van de Malen op het Hoogland buiten de stad Amersfoort (’s-Gravenhage 1898). Deel I en II zijn nooit verschenen. In een wel uitgegeven deel, dat zich in de bibliotheek van Museum Flehite bevindt, staat geschreven dat de eerste delen bij een brand in de opslagruimte verloren zijn gegaan. In het Malenarchief bevinden zich nog wel enkele onvolledige drukproeven. Een afbeelding van het zegel in deel I zou zeker passend zijn geweest.
 
De tekening is in ieder geval gebruikt voor de vervaardiging van het Malenzegel dat nog steeds gebruikt wordt bij officiële stukken van de Malen. Sinds 1963 siert een ‘gemoderniseerde’ versie van het zegel de uitnodigingen voor de jaarlijkse bijeenkomsten van de Malen. De baard van Paulus werd getrimd en op zijn kale hoofd verscheen een kortgeknipte haardos. In de bijeenkomst van 13 juli 1959 had notaris mr. B. van ’t Eind gevraagd de convocaten met de naamlijst van de Malengeërfden te sieren met het zegel. Drie jaar later merkte A. Veenendaal op dat de afbeelding van het zegel nog steeds ontbrak. Rentmeester W. van Haselen deelde daarop mee dat het oude cliché bij drukkerij Bouman in het ongerede was geraakt en dat er een nieuw cliché gemaakt zou worden. Dat gebeurde met weinig gevoel voor het origineel. Het is overigens niet onwaarschijnlijk dat het nu opgedoken cliché het stuk is dat destijds was verdwenen.
 

De thans in gebruik zijnde afbeelding van het Malenzegel (afbeelding museum Flehite).
 
Inmiddels overwegen de Malen om het oude zegel weer te gaan afbeelden; daarover vergadert men op Sint-Margrietendag 2016.
 
Burchard Elias is oud-directeur van Museum Flehite.
 
Bronnen
Archief Eemland, Archief Malen (bnr 81) invnrs 40.2 (correspondentie Van den Bergh 1892-1898), 50 (Malenzegel) en 70 (notulen).
C. Dekker, Een zeer oud en voornaam college: geschiedenis van de Malen op het Hoogland buiten Amersfoort (Amersfoort 2000).
B.G.J.Elias, ‘Wapen en vlag van Flehite’, in Flehite 1878-2003: Geschiedenis van een Vereniging en een Museum, ( Amersfoort 2005) 110-111.
 
Terug naar de inhoud