2016-2-2 - Historische Kring Hoogland

Ga naar de inhoud

2016-2-2

Publicaties > Ons blad De Bewaarsman
Wie zal dat betalen?

De verharding van de Coelhorsterweg
RUUD HOPSTER

In de 19 eeuw werd het gemeentelijke financiële beleid in Hoogland gekenmerkt door een grote mate van zuinigheid. Of het nu ging om traktementsverhogingen voor geneesheer, bode, veldwachter of schoolmeester, er werd eindeloos afgepingeld. Dat deed zich ook voor bij gemeentelijke uitgaven voor de infrastructuur. Een berucht voorbeeld daarvan is de financiering van de verharding van de Coelhorsterweg. Overeenstemming over de financiering ervan vergde járen, de aanleg was een fluitjevan een cent.

In het voorjaar van 1852 ontving burgemeester Smitt van Hoogland een missive van twintig bewoners van de Coelhorsterweg waarvan het begin luidde:
Mijnheer Burgemeester!
Het is UEd. bekend dat er alreeds meermalen is geklaagd over de slechte Staat, waarin de Rijweg uitgaande van Groot-Wede [Huize Groot Weede, nuHamseweg 8] naar Eemland zich bevind, gelijkende dezelve ter plaatse genaamd de Bik [ter hoogte van de Oudeweg, zie stip 3 kaartje p. 46] des Zomers naar een Zandduin, en bij Winterdag op een Watergat. Hier komt nog bij dat door
het Versmallen van den Weg langs het erf van den rademaker van Rhee [gevestigd aan de Coelhorsterweg, net achter Huize Groot Weede], dit gedeelte nu ook bij nat Weer een modderpoel is geworden en dat er Grondeigenaren zijn Welke om bovengemelde Publieke Gemeenteweg te vermijden, onderling schikkingen hebben getroffen, om van de eene over den anderens Land te mogen rijden, en om zoodoende aan de Straatweg [Hamseweg, in 1828 bestraat van Amersfoort tot Huize Groot Weede] te komen.
Het komt ons voor dat zoodanige Staat van zaken in een Gemeente waar in Wij juist het hoogst in de grondregten zijn aangeslagen, en alzoo ook juist het meest aan Opcenten moeten betalen, met een goed en billijk bestuur, niet langer kan worden gedoogd, en Wij neemen dienvolgends de Vrijheid UwEDs aandacht op deze aangelegenheid te vestigen, en te Verzoeken onze Klagten in de
Gemeenteraad te willen brengen.

In de gemeenteraad wist men wel raad met deze op nogal hoge toon gestelde brief. Een aantal aangelanden van de Coelhorsterweg, waaronder vier ondertekenaars van de brief, werd gemaand de gaten te dichten en de weg naar behoren te verhogen en aan te ronden. In die tijd waren de aangelanden immers verantwoordelijk voor het onderhoud van de weg en door middel van een schouw in voor- en najaar werd door de gemeente daarop toegezien. Veel haast maakten die aanwonenden kennelijk niet, want enkele maanden later besloot de gemeenteraad om de Gehoefslaagden aan de Coelhorsterweg, indien zij niet aan hunne Verpligting ter Verbetering van
hunne Slagen voldoen, in regte te noodzaken.



Doorsnijding N199: (Bunschoterstraat) van Coelhorsterweg (foto: Harold van den Hauten).

Tot De Plank en de Kolkrijst
In de loop van 1854 ontstonden er plannen om de Coelhorsterweg te bestraten tot aan de Oudeweg [stip 3 kaartje] en de Zevenhuizerstraat tot aan de Kolkrijst. Een commissie van Hoogland had de zaak onderzocht en de aangelanden aan de Coelhorsterweg waren, met uitzondering van de erven Blokland [deze waren eigenaar van kavels net ten westen van de Weerhorsterweg], vóór
bestrating en bereid van alle rechten op de weg afstand te doen. In april 1855 viel het besluit in de Hooglandse gemeenteraad om de Coelhorsterweg tot aan de Oudeweg en de Zevenhuizerstraat tot aan de Kolkrijst te bestraten en daarvoor een geldlening van f 14.000,- aan te gaan.



Stratenmakers op de Coelhorsterweg in 1925 (ter hoogte van stip 2 kaartje). De huizen links (van Reijer van Wede) en rechts (van groenteboer Noordenburg) staan er niet meer. Het oorspronkelijk onderschrift luidt: “De verbetering der wegen heeft in den Hooglandschen Raad reeds vaak een punt van bespreking uitgemaakt. Dat het niet bij praten is gebleven toont u deze foto, waarop u ziet dat men bezig is met de verbetering van de weg naar Baarn.” (Foto Collectie Archief Eemland)

Tolgelden
Met de opbrengsten van de tol op de Hamseweg bij de Schans zouden dan mooi de aflossing en de rente betaald kunnen worden. Maar Gedeputeerde Staten waarschuwden dat het aanwenden van tolgelden van de Hamseweg voor het bestrijden van kosten voor de aanleg van andere wegen strijdig zou zijn met de beginselen van de Gemeentewet. En ook dat de gemeente Hoogland alvorens die geldlening te sluiten eerst toestemming aan de minister van Binnenlandse Zaken had moeten vragen om die tolgelden elders aan te mogen wenden.
De minister voegde er nog aan toe dat de tol bij de Schans sinds 1828 al zoveel had opgebracht, dat niet alleen de daarvoor [voor de bestrating van de weg van Amersfoort tot Huize Groot Weede] aangegane lening al jaren geleden was afgelost, maar ook dat de tol daarna jaarlijks aan Hoogland een flinke bijdrage in de gemeentekas had opgeleverd. Bovendien kende de weg Amersfoort –
Bunschoten drie tollen [de Schans, Zeldertseweg en Haarbrug (nabij de huidige fabriek Polynorm)] en dat was eigenlijk wel wat veel. De minister voelde dus niets voor voortgaande tolheffing aan de Schans wegens bestrating elders. Maar Hoogland bleef aandringen. Zo stelde het college van burgemeester en wethouders van Hoogland dat men weliswaar in 1827 de Hamseweg bestraat
had tot Huize Groot Weede, maar dat die tol aan de Schans ook bedoeld was om met de opbrengsten daarvan de toekomstige bestrating van het vervolg (Coelhorsterweg, Zevenhuizerstraat en Bunschoterstraat) te financieren. En omdat Bunschoten de weg Hoogland-Bunschoten al had aangelegd, wilde Hoogland nu de twee overige weggedeelten bestraten uit de opbrengst van de tol. Er ging een rekest naar de koning met het verzoek tot voortdurende heffing
van de tol aan de Schans met het doel de straatweg met zijtakken te verlengen.

De Haarweg
Bovendien was Hoogland, als rijk en provincie akkoord gingen met het voorgaande, bereid mee te betalen aan de verbetering van de Haarweg [deze liep van de Haarbrug richting Eembrugge]. Een flinke opknapbeurt zou f 11.000,- gaan kosten en Hoogland was dan wel bereid f 2000,- bij te dragen. Eind maart 1857 kwam de toestemming om de tol te continueren en de beide zijtakken van de Hamseweg te bestraten: de Zevenhuizerstraat 1600 m tot aan de Kolkrijst en de Coelhorsterweg 1000 m tot aan de Oudeweg. De breedte werd 3,30 m. Omdat men prijsstijgingen van stenen verwachtte, werd het bestraten direct onderhands aanbesteed. Hoogland probeerde nog even een bijdrage van Amersfoort te krijgen, maar die gemeente voelde daar niets voor.

De Grote Kring der Grebbelinie
Begin september 1857 was de bestrating al voltooid. De kosten bedroegen ruim f 11.500,- en dan had men nog niet eens de bijdrage van f 700,- van freule van Tuyll van Serooskerken-de Pagniet meegeteld in ruil voor 400 el extra bestrating tot aan de Coelhorsterlaan. Dat laatste stukje bleek echter te liggen binnen de ‘verboden Grote Kring der Grebbe Linie’ en daaraan had Hoogland in de
haast niet gedacht.
De heer S. Prince Kaptein, eerstaanwezige Ingenieur te Amersfoort, had de gemeente erop attent had gemaakt dat men de Coelhorsterweg zonder zijn vergunning had bestraat. De gemeente stuurde daarop een geruststellende brief waarin men liet weten dat er geen vergraving, ophoging of verlegging van de weg had plaatsgevonden.

Natuurlijk kwamen er klachten over het noordelijker gelegen niet bestrate deel van de Coelhorsterweg. Zo werden in 1864 op voorstel van raadslid Willem Tolboom van Breevoort de aangelanden tussen de stenen brug [onderdoorgang Malewetering - Coelhorsterweg, stip 4 kaartje] en Coelhorst gemaand de weg te verbeteren. In april 1868 werd besloten het weggedeelte van de tweede laan van Coelhorst tot de stenen brug te laten ophogen.


Plaats onderdoorgang Malewetering-Coelhorsterweg, gezien in de richting van de brug van de Mgr. van de Weteringstraat (foto: Harold van den Hauten).

Van Coelhorst tot Eembrugge
In november 1869 ontving de Hooglandse gemeenteraad een schrijven van mr. Mollerus, burgemeester van Baarn en tevens voorzitter van het waterschap Eemland, met een kostenbegroting voor de begrinding van de weg vanaf Eembrugge tot Coelhorst. De gemeenteraad besloot eerst maar eens af te wachten wat de waterschappen Neerzeldert en De Slaag er van zouden vinden [verlengde van de Coelhorsterweg vanaf de onderdoorgang van de Malewetering
(stip 4 kaartje) heet Slaagseweg]. In februari 1870 stuurde het waterschap Eemland een uitnodiging aan burgemeester en wethouders van Hoogland en aan de andere betreffende waterschappen om gezamenlijk te overleggen over begrinding van de weg Eembrugge - Coelhorst.
In maart 1870 werd bekend dat de gemeente Baarn een bijdrage van f 2500,- in de kosten van de te begrinden weg toegezegd had.

Het Hooglandse deel van de weg
Burgemeester Smitt stelde toen in de Hooglandse raad voor om f 2000,- bij te dragen, maar de raad verlaagde dat tot f 1000,-. De verschillende Hooglandse polderbesturen waren bereid f 5000,- in de aanleg te steken. Daarmee was het geld voor het aanleggen van de weg nog niet bij elkaar en De Amersfoortse Courant schamperde dat de bijdrage van de gemeente Hoogland nergens op sloeg, als men bedacht dat de tol aan de Schans na de begrinding wel f 150,- per jaar meer kon opbrengen vanwege het toegenomen verkeer van Baarn via de polder naar Amersfoort. Probleem was overigens ook nog dat Hoogland het onderhoud van het Hooglandse deel van de weg (geschat op f 100,- per jaar) niet op zich wilde nemen en de provinciale subsidie zou pas verleend worden als het onderhoud verzekerd was. Daarop besloot de Hooglandse raad de bijdrage met f 200,- te verhogen en het onderhoud vanaf Coelhorst tot aan de Slaagseweg voor zijn rekening te nemen. Kort daarop besloot men zelfs de totale bijdrage van Hoogland op f 2000,- te brengen op voorwaarde van bestrating in plaats van begrinding. Het waterschap Neerzeldert zou dan het onderhoud van de Slaagseweg voor zijn rekening moeten nemen. Waterschap De Slaag beloofde f 3500,-, Neerzeldert f 1000,-, Overzeldert f 400,-, Hooglandse particulieren f 1000,- en de gemeente f 2000,-, samen f 7900 voor het Hooglandse deel.

Begrinden of bestraten?
In november 1870 schreef het waterschap Eemland aan de gemeente Hoogland en de Hooglandse waterschappen dat sommige besturen de voorkeur gaven aan bestrating boven begrinding. Begrinding van het traject Eembrugge tot Coelhorst werd begroot op f 17.400,- en bestrating op f 28.200,-. De provincie zou 1/3 betalen, het waterschap Eemland 1/3 en de gemeente Hoogland plus
haar waterschappen ook 1/3. Bij begrinding betekende dat voor Hoogland dus f 5800,- en bij bestrating f 9400. Waterschap Eemland en de provincie hadden die bedragen beschikbaar, maar
hoe stond het met Hoogland? Overzeldert wilde f 400,- betalen, maar alleen bij bestrating; Neerzeldert wilde in beide gevallen f 500,- bijdragen en de Slaag f 3500,-. De gemeente Hoogland wilde f 2000,- bijdragen, maar alleen in geval van bestrating. Tenslotte waren er enkele Hooglandse particulieren die f 1100 wilden bijdragen. Het totaal bedroeg f 7500. Voor bestrating ontbrak dus
nog f 1900.

Financieel touwtrekken
Het waterschap Eemland betreurde de geringe bijdrage van de gemeente Hoogland en berekende dat een bijdrage van f 2000 en een verwachte stijging der jaarlijkse tolinkomsten van f 100,- niet veel anders betekende dan een belegging die 5% rente opbracht. Het waterschap riep Hoogland op zijn bijdrage te verhogen tot f 3500,- à f 4000,- en het gehele onderhoud van de Slaagseweg op Hooglands gebied voor zijn rekening te nemen. In december 1870 verhoogde de gemeente Hoogland de bijdrage tot f 3000,-, maar men wilde alleen het onderhoud tot de Slaagseweg voor haar rekening nemen. Toen in maart 1871 enkele Hooglandse waterschappen hun bijdragen verhoogden, waardoor er nog maar een tekort was van f 250,- en VerLoren van Themaat van Schothorst f 50,- toezegde, besloot de gemeente Hoogland de resterende f 200,- te verstrekken. Voorwaarde was wel dat het Hooglandse deel maximaal f 9400,- bleef. Provinciale Staten gingen akkoord en spraken de hoop uit dat deze verbetering ook zou strekken tot meer vertier [bedrijvigheid] tussen Eemland, Hoogland en Amersfoort. De Amersfoortse Courant vond het hoogst aangenaam dat de bestrating nu eindelijk uitgevoerd kon worden. De voorzitter van waterschap Eemland, de heer Mollerus, werd uitvoerig lof toegezwaaid voor zijn vasthoudenheid: Met des te meer genoegen melden wij dit resultaat, omdat het niet enkel eene materiële, maar ook eene morele en intellectuele overwinning daarstelt.

Niet meer dan f 9400,-
De aanbesteding vond plaats op 14 oktober 1871. J. Barneveld uit Vreeswijk was de laagste voor 
f 32.400,- en dat lag boven de begrote f 28.200 waarvan Hoogland niet meer dan 1/3 wilde betalen. Weer klom de voorzitter van waterschap Eemland in de pen om Hoogland te vragen zijn bijdrage te verhogen. Mollerus wees er fijntjes op dat als Hoogland eerder al besloten had gewoon
1/3 der kosten te betalen, het werk reeds uitgevoerd had kunnen zijn. 
De Hooglandse gemeenteraad stelde voor om in het begin van 1872 opnieuw een aanbesteding te doen. Misschien ging de prijs van de stenen wel omlaag. Hoogland voelde er in elk geval niet voor om zijn bijdrage te verhogen. Intussen liet het Ministerie van Oorlog weten dat de Slaagseweg, afgezien van enkele laaggelegen gedeelten, niet verhoogd mocht worden, de zijkant mocht
niet boven het nevenliggende maaiveld uitsteken. In maart 1872 stelde de gemeente Hoogland voor om de bestrating van de weg Coelhorst-Eembrugge opnieuw uit te stellen, nu tot 1873.
In januari 1873 stuurde de onvermoeibare Mollerus opnieuw een brief naar de Hooglandse gemeenteraad met de mededeling dat Prins Hendrik f 1200,- beschikbaar had gesteld, te verdelen tussen waterschap Eemland en de gemeente Hoogland. En Mollerus deed een laatste poging Hoogland ertoe te bewegen 1/3 van de kosten op zich te nemen zonder een maximum vast te stellen. En als Hoogland dat niet wilde, dan moesten ze dat maar zeggen, liefst op korte termijn.
Maar de gemeente wilde de bestrating van de weg naar Eembrugge bekijken in samenhang met een eventuele bestrating van de weg naar Zevenhuizen. Wel drong de gemeente er bij waterschap Neerzeldert op aan diens bijdrage te verhogen. Neerzeldert verhoogde daarop zijn bijdrage met f 500,- en toen ging de gemeenteraad van Hoogland eindelijk overstag: men was bereid 1/3 van de
kosten te betalen.
Vanwege de gestegen kosten moest Mollerus opnieuw een verhoogde subsidie aanvragen bij de provincie. Listig stelde hij Hoogland voor om daarbij geen melding te maken van de bijdrage van Prins Hendrik. De provincie mocht die f 1200,- eens in mindering brengen op de te verstrekken subsidie! Op 21 juni 1873 vond de aanbesteding plaats. De laagste inschrijver was M.G. van der Lede voor f 33.690,-, maar het werk werd gegund aan Bekker te Arnhem. Eind september 1874 was de weg geheel bestraat, vijf jaar na de eerste brief van de voorzitter van waterschap Eemland, de heer Mollerus. Eind goed, al goed?

Onderhoud
Niet helemaal. Gedeputeerde Staten constateerden al na een jaar dat in de polder Eemland de opnieuw aangelegde weg in slechte staat verkeerde. Op verschillende plaatsen waren diepe doorgaande sporen ingereden, terwijl in het paardenspoor stenen los lagen. En in 1878 kreeg Hoogland ook van Gedeputeerde Staten te horen dat als de gemeente niet ogenblikkelijk het wegdeel Coelhorst tot de Zeldertseweg verbeterde, de tol aan de Schans opgeheven zou worden. Voor zo’n bedreiging van hun melkkoe waren de boeren in de Hooglandse gemeenteraad natuurlijk wel gevoelig.

Bronnen
Archief Eemland, beheersnr. 0071, inv.nr. 21, 22, 96(W), 97(W), 98(W), 102(W), 104(W)
Archief Eemland, krantenviewer, Amersfoortsche Courant 5-4-1870, 4-4-1871, 29-9-1871, 13-6 1873, 1-9-1874



Kaartje van 1832
• Korte dunne rode lijn: huidige afsnijding bocht Coelhorsterweg
• Lange dunne gele lijn: huidige tracé N199 (Bunschoterstraat)
• Stip 1: doorsnijding N199 van de Coelhorsterweg; tracé naar rechts richting Hamseweg
   (brede gekleurde streep) heet nu De Bik.
• Stip 2: plek van foto uit 1925
• Stip 3: café ‘t Hoekje/De Plank (zie ook foto bij artikel “Sieraden aan de Coelhorsterweg”, p. 52)
• Stip 4: onderdoorgang Malewetering-Coelhorsterweg


Terug naar de inhoud