2016 - Historische Kring Hoogland

Welkom op onze site
Deze website maakt geen gebruik van cookies en bevat geen online winkel
Ga naar de inhoud

2016

Publicaties > Boekbesprekingen
 
 
 
 
Boekbesprekingen
 
Voor u gelezen
 
MIEKE HEURNEMAN
 
 
2016-1
Henk van Hees, ‘Duitse families in Eemnes’, Kwartaalblad Historische Kring Eemnes, jrg 37, nr 1 (2015) 17-36 en jrg 37 nr 3 (2015)
 
Twee van de families die in dit artikel worden genoemd (Eggenkamp en Pommer) zijn via Hoogland in Eemnes terecht gekomen. Johan Wilhelm Eggenkamp werd op 28-1-1797 geboren in het Duitse Vreden. Hij was een telg van een roomskatholieke familie uit Zwillbrock, een plaatsje even over de Duitse grens bij Winterswijk. Johan Wilhelm was rietdekker en trouwde in 1827 in Hoogland met Elisabeth van de Fijnegeer (1802-1861). Zoon Hendrikus (1832-1892) en achterkleinzoon Hendrik (Hent) verhuisden later naar Eemnes.
 
Joan Adolph Pommer (1784-1862) was geboren in Bredevoort en werd gedoopt in het Duitse Hemden bij Bocholt. In 1812 trouwde hij in Hoogland met Johanna de Groot. Samen kregen ze vier zoons en drie dochters. Na Johanna’s overlijden in 1842 hertrouwde Joan (Jan) in 1845 met Wilhelmina Donkerman, met wie hij nog eens vijf zoons en zeven dochters kreeg. De jongste werd geboren in 1860, toen hij 75 was. Jan Pommer overleed in 1862. Zijn zoon Jan (uit zijn eerste huwelijk; 1825-1886) was net als zijn vader timmerman in Hoogland. Hij trouwde met Maria Jansen. Hun oudste zoon Johannes (1847-1924) trouwde met Bartje Hoofd en verhuisde rond 1873 met zijn gezin naar Eemnes, waar hij zich als timmerman vestigde aan Wakkerendijk 152.
 

Naar aanleiding van de lovende boekbespreking over Roland Blijdenstijn,Tastbare tijd 2.0: cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht (Amsterdam: Uitgeverij Stokerkade 2015) in het augustusnummer (2015) van De Bewaarsman ontvingen we een kritische reactie van dhr. R. van der Schaaf van de Historische Kring Eemnes. Hij constateert in het boek een aantal onjuistheden in de informatie over Eemland en Eemnes.

 
Ton Hartman, ‘Soester verzetsmensen (5), Piet Rubens (1920-1945)’, Van Zoys tot Soest jrg. 36 nr. 2, 6-7.
 
Piet Rubens woonde aan de Jacob van Campenstraat in Amersfoort, maar is tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergedoken bij Bart Ham, jachtopziener op Hoogland. De verzetsgroep waar Piet Rubens lid van was, hield zich in april 1945 verborgen in een boerderijtje in Liendert. Toen twee Duitsers het boerderijtje naderden, raakten enkele verzetsmensen in paniek en schoten de Duitsers dood. Te hulp geschoten Duitsers omsingelden de boerderij. Bij het vuurgevecht dat volgde, sneuvelden vijf verzetsmensen. Piet Rubens wist te ontkomen. Maar in Soest werd hij gepakt. Op 23 april werd hij ’s avonds om acht uur op de Peter van de Breemerweg geëxecuteerd. In 1975 is geprobeerd om de naam van Piet Rubens op de gedenknaald in Hoogland te krijgen, maar dit is afgewezen. Wel wordt zijn naam genoemd in de beschrijving van de gedenknaald voor Hooglandse slachtoffers. Een aanvulling in het volgende nummer van Van Zoys tot Soest: De officiële reden waarom de naam van Piet Rubens niet op de gedenknaald is gekomen is dat hij in Soest en niet in Hoogland is overleden.
 
2016-2
Ron Brand, ‘De reis van de twee Antonij’s (1853-1854). Het levendige verslag van scheepsarts Frederik Johannes Spruijt’, in: Scheepshistorie 18 (2014), 84-103.
In 2012 kwam het Maritiem Museum Rotterdam in het bezit van het journaal dat scheeparts Frederik Johannes Spruijt in 1853-1854 heeft bijgehouden tijdens de reis van het barkschip Twee Antonij’s. Spruijt was in 1828 in Scherpenzeel geboren als zoon van Jacobus Spruijt en Antje Landskroon. Enige tijd na zijn reis met de Twee Antonij’s trouwde hij op 28 februari 1857 in Scherpenzeel met
Johanna Hendrika van Schuppen uit Veenendaal. Spruijt was op dat moment geneesheer te Ingen (gemeente Lienden). In april 1867 verhuisde hij met zijn vrouw en inmiddels acht kinderen naar Hoogland. Hier werden nog twee kinderen geboren, van wie er één kort na de geboorte overleed. In 1873 vertrok Spruijt met zijn gezin naar Bunschoten. Hij overleed in 1896 in Arnhem.

Lia van Burgsteden, ‘De mooiste korenvelden en akkers van 1924’, Leusden Toen , jrg. 32, nr. 2 (mei 2016)
In de Eembode van 1 augustus 1924 staat beschreven hoe de Commissie tot verheffing van akker- en weidebouw van het Utrechtsch Landbouwgenootschap een bouwlandwedstrijd hield in Achterveld en Hoogland. Nadat eerst landerijen in Achterveld waren geïnspecteerd en prijswinnaars bekend waren gemaakt, was Hoogland aan de beurt. De uitreiking vond plaats in Concordia. Conclusie was dat de stand der gewassen bij de meesten goed was, maar dat de onkruidbestrijding hier en daar beter zou kunnen. De eerste prijs ging naar P. Kok, de tweede naar W. Hilhorst, eervolle vermeldingen waren voor J. Tondeur en W. van de Heuvel en een herinneringsmedaille voor de heren Schoonderbeek en Kuijer. Zoals gebruikelijk werd ook een bezoek gebracht aan de boerderij van de winnaar P. Kok.

2016-3
Bertus Wouda, Watervluchtelingen: verzorgd en verguisd. Hulpverlening in Bunschoten, Eemdijk en Spakenburg na de overstroming van het Eemland in 1916 (Spakenburg 2016) 224 p. ISBN: 978-90-70708-40-5
Honderd jaar na de watersnood van 1916 verscheen dit jaar deze uitgebreide studie over de hulpverlening na de ramp. De nadruk ligt op Bunschoten, Spakenburg en Eemdijk, maar ook omliggende plaatsen als Hoogland komen in korter bestek aan de orde. Zo kwam de hulpverlening in Hoogland moeilijk op gang, doordat het dorp nog niet was aangesloten op het telefoonnet.
Over Hoogland worden verder met name de eendenopvang en de hoge schade ten gevolge van de overstroming genoemd. In Hoogland werden tienduizenden eenden uit Volendam en Ilpendam opgevangen, samen met hun verzorgers. We komen meer te weten over hoe die opvang in zijn werk ging en welke problemen daarbij speelden, zoals de slechte verhouding tussen de Volendammers en de Ilpendammers. Achteraf bleken de kosten van de eendenopvang wel erg hoog te zijn geweest:
f 126.266,26. Het was goedkoper geweest om de eenden te verkopen en de voormalige eigenaars een financiële compensatie te geven. Vergeleken met andere plaatsen was de schade die in Hoogland was geleden door de ramp groot. Uiteindelijk werd hiervan ongeveer de helft vergoed:
f 55.184. Ter vergelijking: de vergoeding in Bunschoten en Spakenburg bedroeg samen f 70.787 in Baarn f 15.547, Soest f 416 en Amersfoort f 335.
Dit zijn enkele van de vele wetenswaardigheden in dit boek. Hieraan ligt een gedegen studie ten grondslag. Auteur Bertus Wouda heeft een grote hoeveelheid archiefbronnen en literatuur geraadpleegd. De Bewaarsman ontbreekt in de literatuurlijst, hoewel ook hierin eerder enkele interessante artikelen zijn verschenen (zie bijv. 2007-3 en 2008-2 en na het verschijnen van dit boek 2016-1). Ook kranten ontbreken op de literatuurlijst. Verder bevat het boek veel mooie illustraties, waaronder prachtige foto’s en archiefbronnen. Al met al een prachtig lees- en kijkboek dat een schat aan informatie helder en gestructureerd voor het voetlicht brengt.
Krijn van Otterloo, ‘Adellijk begraven op Oud Leusden (3)’, Leusden Toen, jrg. 32, nr. 2 (mei 2016)
In dit artikel over adellijke graven op de begraafplaats in Oud-Leusden wordt het graf genoemd van jhr. Willem Antonie Ortt (1868-1946), zijn eerste echtgenote, Elisabeth Maria Ortt – barones van Boetzelaer van Dubbeldam (1867-1914) en zijn tweede echtgenote, Johanna Hillegonda Cornelia Sluiter (1880-1960). De locatie van het graf is vak H nr. 9. Ortt was van 1909 tot 1930 directeur van Gesticht Zandbergen. Begin jaren ’30 ontving hij anonieme beledigende brieven. Voor het versturen hiervan werd later ds. Reeser, voormalig predikant van Hoogland, veroordeeld tot een maand celstraf. Over deze zaak is diverse malen geschreven in De Bewaarsman (1999, 2002, 2004, 2005).


Terug naar de inhoud