1996-3-3 Wegenmisère in Hoogland

DE CALVEENSCHE WEG NIET TE GEBRUIKEN
door NELLIE VAN VULPEN

Tegenwoordig kunnen we ons zonder veel problemen met de fiets of de auto verplaatsen. Alleen de ouderen onder ons zullen zich nog herinneren hoe moeilijk het vroeger soms was om zich van de ene plaats naar de andere te begeven. De kwaliteit van de wegen was vaak slecht. Een treffend voorbeeld hiervan vinden we in de Amersfoortsche Courant van zaterdag 30 januari 1937. Hieraan is ook de titel van dit artikel ontleend.

Op een maandagmorgen in januari van dat jaar kwam dokter Verbeek met zijn auto hopeloos in de modder van de Calveenseweg vast te zitten. Vier mannen moesten de weggezakte wagen uitgraven voordat deze door een paard kon worden los getrokken. De volgende dag trof taxi-ondernemer Kreijne met zijn auto eenzelfde lot, toen hij voor een begrafenis enige personen moest ophalen. Ook zijn auto moest met een paard losgetrokken worden. De redactie van de krant besloot eens polshoogte te gaan nemen: “En zoo begaven wij ons een dezer dagen. op een kouden namiddag, per fiets naar den Hooglandschen polder. Bij het begin van den Calveenschenweg bemerkten wij al dadelijk, in welk een desolate conditie deze weg, die een belangrijke verbinding zou kunnen vormen met den Duisterweg en met Nijkerk, verkeert.” De journalisten stelden vast dat de weg vrijwel niet te gebruiken was. Ze moesten afstappen en de fiets aan de hand meesleurend hun weg vervolgen. Een boerenknecht vertelde dat dit nog maar het begin van de ellende was: “… hoewel U ziet, dat de weg onbegaanbaar is, raad ik U toch aan, verder te gaan, want dan zult U nog eens wat anders zien.” Ze besloten deze raad op te volgen. De knecht had niets teveel gezegd: “Af en toe zakte onze fiets in een wagenspoor weg. Rijden was onmogelijk. Loopen ging slechts met de grootste moeite.” Na een halfuur kwamen ze aan een stuk weg dat in een ‘onbeschrijfelijke’ toestand verkeerde. “Een geul van plm. 50 cm. diepte deed vermoeden, dat hier iets bijzonders gebeurd moest zijn. Aan de kanten was de grond losgewoeld.”

De bewoonster van een verderop gelegen boerenhoeve vertelde dat op die plek de dokter was weggezakt. Haar man had nog geholpen met het uitgraven van de wagen. Volgens haar was het niet de eerste keer dat de dokter had vastgezeten en was het hoog tijd dat de weg werd opgeknapt. Dat er wat aan de weg gedaan moest worden, zag ook de gemeente wel in. Maar dat zou veel geld gaan kosten. Een mogelijkheid was dat de ‘aangelanden’ een deel van de kosten op zich zouden nemen. Zij zouden daarmee echter voor 30 jaar aan die financiële verplichting vastzitten en dat wilden zij niet. Er lag een raadsbesluit uit 1936 dat bepaalde dat een gedeelte van de Duisterweg tot aan de boerderij van Van ‘t Klooster zou worden bestraat. De kosten hiervoor waren begroot op f 1400, waarvan f 800 door de gemeente en de rest uit overige bijdragen zou worden betaald. Dit raadsbesluit wachtte nog steeds op goedkeuring van Gedeputeerde Staten van Utrecht.

De redactie van de krant drong er bij dit college op aan de toestand van deze weg zelf eens in ogenschouw te komen nemen. Dat zou zeker de goedkeuring van het raadsbesluit bespoedigen. Overigens wijst de redactie er op dat niet alleen de Calveenseweg in een slechte toestand verkeerde, zij het dat deze er wel het ergste aan toe was, maar ook andere wegen in de Hooglandse polder. Hier moest spoedig een einde aan komen omdat de bewoners soms geheel geïsoleerd waren. Het kon zo toch echt niet langer, besluit de redactie haar commentaar. Inderdaad zijn de landwegen in dit gebied eind jaren dertig door de gemeente verhard. De omwonenden bleken bereid de benodigde gelden voor te schieten. De nood was niet meteen geleden: de Heideweg is bijvoorbeeld in verschillende delen aangepakt… .